Het boek eindigt in de zomer van 2008. De mensen die nieuwsgierig zijn hoe het verder met ons, ons huis, de klussen en  onze Slowaakse belevenissen gaat, kunnen hier verder lezen. Let wel op; de nieuwste blogs staan bovenaan

 

Najaar 2011

We nemen ons voor niet al te veel te plannen in onze najaarsvakantie. Rustig aankomen, beetje klussen, beetje genieten en vakantie vieren. Met gekruiste vingers rijden we de berg op. Hebben we water??? En hoe staat de tuin erbij? Altijd twee belangrijke vragen. Het eerste valt mee. We hebben water en alles doet het. De tuin is een ander verhaal. Het is alsof men na ons vertrek afgelopen zomer onkruid gezaaid heeft en deze veelvuldig bevochtigd en bemest heeft. Ja, de tuin is groen, ook het grind. Gelukkig zijn het grote stukken en trekken we het meeste er redelijk gemakkelijk uit. Het is me gelijk duidelijk wat mij de komende dagen te doen staat.


We boffen met het weer. Ondanks het jaargetijde is het warm. Bikiniweer zelfs en dat eind september, begin oktober. We besluiten iedere ochtend te klussen en ’s middags bijtijds te stoppen om lekker van het zonnetje te genieten. Dat lukt natuurlijk niet altijd, maar het streven is goed.

Eric begint met de ‘Via Appia’ voor het huis vast te leggen in het cement en ik ga met het onkruid aan de slag. Onder het onkruid komt een prachtig bloeiende tuin tevoorschijn. De rozen bloeien overdadig en ook de hortensia laat zich niet onbetuigd. De bruidsluier groeit weelderig over het muurtje en spreidt zijn takken iets te weelderig uit richting de perken. Ik snoei, pluk , knip en verwijder en in no-time ligt onze tuin er weer prachtig bij. Een pompoenplantje heeft sinds de zomer vreselijk zijn best gedaan en ik kan een flinke hoeveelheid pompoenen mee naar huis nemen. Af en toe kijk ik jaloers naar de pompoenen van de Slowaken. Wat zijn die groot. Daar steken die van mij maar schriel tegen af.

Eric is intussen bezig met het opknappen van het balkon boven de voordeur. Ik schilder het hekwerk van het balkon en als hij klaar is met het houtwerk, zet ik alles in de beits. Het tuinhek krijgt ook nog een verfje en dan is het klaar voor dit jaar. Onze klussen zitten er op. Volgend jaar gaan we verder.

De laatste dagen gaan we nog eens gezellig uit eten met onze Friese vrienden en de laatste dag slaan we de laatste walnoten uit de boom. Ik kan weer flink wat walnotencake bakken.  Als we de buren gedag zeggen, worden we weer overladen met pruimenjam, vetspek, waar ik een tante heel erg blij mee heb gemaakt en tomatensaus. Irena komt nog een flink stuk verse geitenkaas brengen. Ze wilde ook nog een stuk diepvriesvlees – volgens ons een eend - van eigen slacht meegeven, maar gelukkig spreekt zij Duits en heb ik haar kunnen uitleggen dat we dat niet goed kunnen houden in de auto. Een stukje spek in de koelbox gaat nog wel, maar dit was gewoon te groot.



Op de terugweg hebben we weer als vanouds bij de familie Feihl in Beieren overnacht. Nog een half jaartje, dan gaan we weer!

 

Zomer 2011

 

De reis

Deze zomer gaan we voor het eerst zonder kids doorbrengen. Nee, geen kinderen en bijbehorende vrienden of vriendinnen die langskomen, zij gaan hun eigen gang. ‘Zal je me missen’, vraagt dochter aan mij. We zullen elkaar door de overlappende vakanties vier weken niet zien. ‘Wil je een eerlijk antwoord’, vraag ik en grijns. Wat zal ik de enorme vakantiewas missen en wat denk je van die eeuwig lang uitslapende jongeren. Hoe krampachtig we het ook proberen te voorkomen, het lange uitslapen beïnvloed ook onze dagindeling. En dan die discussies over wel of geen uitstapjes en waar naar toe. Tjonge, wat zal ik dat missen. Van de vakantie van zoon merken we al helemaal niets. Hij gaat en komt thuis tijdens onze vakantie.

De hond laten we, na zijn avonturen in het voorjaar, wijselijk thuis. Hij moet eerst maar eens iets rustiger worden. Barolo gaat deels in het pension en als wij thuiskomen, is hij alweer door de kinderen opgehaald. Zo hebben we onze handen vrij en we besluiten weer via Praag te rijden. Eric boekt online een prachtig oud hotelletje dat midden in het centrum ligt. Wij zijn er bijtijds in Praag en maken een lange stadswandeling naar de parlementsgebouwen. Natuurlijk moeten we onderweg even uitrusten en bij het uitrusten op een terrasje in Praag hoort een groot glas pils.


‘s Avonds eten we ergens in het centrum en ik besef hoe geweldig dit is. Zomaar een avondje uit in Praag. Het ligt weliswaar op de route naar ons huis, maar toch.

 

De aankomst

Net nu we denken alles piekfijn voor elkaar te hebben met onze watervoorziening, gaat er weer iets niet goed. Als Eric de elektriciteit aanzet, hebben we kortsluiting en al snel blijkt dat deze kortsluiting bij de waterpomp beneden ligt. Voor de zoveelste keer daalt Eric de berg af om te kijken wat er aan de hand is. Al snel staat hij weer boven. Er zit een bruine slang in de put, vertelt hij en vond dat ik met een spade in mijn hand mee moest naar beneden. Zo kon hij de put in en als de slang zijn richting uit kronkelde, kon ik de slang met de spade te lijf gaan. Ik heb hem alleen maar aangekeken en ‘wat denk je zelf’ gezegd. Ik, die al voor een muisje op de loop gaat… De buurman is buiten bezig en met wat gebarentaal weet ik duidelijk te maken dat we weer voda problèm hebben. Hij gaat naar Eric toe en in no time weten we dat onze put – hoe is het mogelijk – vol is gelopen met water en elektriciteit en water gaat nu een keer niet samen. Het is weekend, dus we hebben een probleem. Gelukkig kunnen we met een slang water aftappen bij de buren en gelijk richten we onze parkovisco in als douche ruimte. Het weer werkt gelukkig mee en niemand die ons daar ziet, als we even een koude douche nemen. Zondags sluit Eric de slang op de pomp in huis aan en dan werken ook de toiletten weer. Op maandag gaat hij een nieuwe motor voor de pomp halen en dan kan onze vakantie beginnen.

 

De tuin

Hoe doen de catalpa’s het, hield ons het hele voorjaar bezig. Nou, die deden het prima en stonden volop in blad. Het onkruid deed het ook weer goed, dus ik heb de eerste dagen weer op mijn kop in de tuin gestaan om alles op orde te krijgen. De spullen voor de buitenkeuken stonden alweer op zijn plaats en terwijl Eric, met een gezicht dat op donderen stond, het waterprobleem oploste, schuurde en schilderde ik de oude keukentafels en het raampje voor ons ‘kunstwerk’.  Samen hingen we de zonwering op. Dat we die deze zomer niet zo nodig zouden hebben, konden we toen nog niet bevroeden. Kortom, binnen een paar dagen was alles buiten klaar en niets stond een mooie zomervakantie in de weg. Behalve het weer!Trots op het eindresultaat

 

Bezoek

Hoewel de kinderen het deze zomer lieten afweten, hadden we wel logees. Gelukkig was het op de dag dat ze aankwamen prachtig weer, maar daarna sloeg het weer om en hoe! Regen, regen en nog eens regen. Zo slecht hebben we het nog nooit getroffen. Hele dagen zitten we binnen en ’s avonds steken we regelmatig de haard aan. Wat een afknapper en dat net nu we gasten hebben. Natuurlijk vermaken we ons wel en onze logees zijn gelukkig niet te beroerd om zelf een klus aan te pakken. Zo wordt eindelijk ons draaiende traphek weer vast gezet aan een paal en met veel beitel en zaagwerk past de paal precies bij het geheel.

De overige dagen maken we wat uitstapjes en belanden op een druilerige zaterdagmiddag in het centrum van Rimavska Sobota, waar achter elkaar zigeunerhuwelijken worden gesloten. Belangstellend, of eigenlijk gewoon nieuwsgierig, sluiten wij aan bij de kijkers en verbazen ons over de prachtig uitgedoste en kleurige bruiloftsgasten. Ieder paar had zo zijn eigen voorkeuren qua muziek, dus het zigeunerorkest werd afgewisseld met een dweilorkestje en een pianolaspeler. We keken onze ogen uit. Wat een spektakel maken zij van hun bruiloftsfeest. Het laatste paar was een jong stel. En met jong bedoel ik niet rond de twintig, dat waren de andere stellen. Dit meisje was hooguit dertien, veertien jaar oud en de nerveus rokende bruidegom telde misschien net achttien lentes. Het arme kind stond in tule zenuwachtig van het ene been op het andere te hupsen en haar aanstaande inhaleerde de nicotine alsof hij er verzekerd van wilde zijn dat ook zijn tenen een shot kregen. ‘Jong aan de man’.  Het schijnt in die kringen normaal te zijn.

 

Klussen


Nadat onze logees vertrokken waren, klaarde het weer iets op. We besloten de twee regenachtige dagen die men ons nog toedichtte, te gebruiken voor uitstapjes en voor de rest zouden we gaan klussen. De garagedeuren waren inmiddels geplaatst en moesten een flinke lik verf hebben. De technische ruimte kon wel een vocht- en schimmelwerende verf gebruiken. Eric plaatste bij de garage en grote schuur nieuwe dakgoten en ik waagde me op het garagedak om deze platen te schilderen. Dat moest vroeg in de ochtend gebeuren, want ik kan je verzekeren dat als de zon op de platen schijnt het geen pretje is om daar met blote benen overheen te kruipen. Hoe ik dat weet? De zon scheen intussen weer.

En eindelijk kon ik de voorkant van de grote schuur schilderen. Wat een klus en wat knapt alles toch op van een lik verf. Als volgend jaar de nieuwe staldeuren geplaatst worden, is onze binnenplaats echt helemaal af. Natuurlijk probeer ik in één dag de hele stal te schilderen. Het lukt, maar vraag niet hoe. Man, wat is het zwaar om telkens een volle pot met verf de ladder op de sjouwen. Als ik klaar ben, mag Eric geen verkeerd woord zeggen en gelukkig ziet hij dat op tijd. Hij had zo de pot met verf over zich heen gekregen. Toen nam ik me voor om de buitenkant van het huis niet zelf te schilderen. Dat is echt veel te zwaar voor mij.

 

Op stap

Vorig jaar stonden we op een maandag voor de ijsgrotten van Dobsina. Zoiets overkomt je slechts eenmaal en ditmaal konden we wel naar binnen. De wandeling naar boven was al prachtig. Het voordeel van regen is natuurlijk dat alles mooi groen en schoongespoeld is. Deze wandeling is niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn en persoonlijk zou ik met een wandelwagen ook niet naar boven gaan, maar mocht je ooit in de buurt zijn, ga er dan heen. Je kijkt echt je ogen uit en dan heb ik het alleen nog maar over het natuurschoon. De ijsgrot is een belevenis op zich. Met een grote groep en een gids daalden we via metalen trappen de grot af. Helaas sprak de gids alleen Slowaaks. Hele verhalen vertelde hij en wij begrepen er niets van. Jammer, maar buiten de grot was voldoende informatie in andere talen. Voor geïnteresseerden; kijk eens op http://www.vnts.nl/index.php/regio-info/id.dobsina/regiotype. 


Nu mag je in de grot  alleen fotograferen als je er (flink) voor betaald en wij Hollanders doen dat natuurlijk niet. Wij kochten bij de uitgang gewoon voor een euro een uitklapboekje met plaatjes, scanden die in et voilà, we hebben foto’s

 

Het kasteel van Viglas


Al vanaf het begin dat we in Slowakije komen, zien we tussen Zvolen en ons huis op de punt van een heuvel een ruïne staan. ‘Ook een leuk opknappertje’, zeiden wij wel eens tegen elkaar. Vorig najaar zagen we ineens dingen veranderen bij de ruïne. ‘We moeten daar eens kijken’, zeiden we tegen elkaar en telkens kwam het er niet van. Dit jaar zagen we ineens torentjes verschijnen, dus er werd gerenoveerd. Dankzij de regen namen we dit keer de tijd om even naar boven te rijden om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. En dat was maar goed ook. Wij waren al die jaren in de veronderstelling dat het hier de restanten van een klein kasteeltje betrof, maar niets is minder waar. Wat een gigantisch complex. Wat het precies gaat worden is ons nog niet geheel duidelijk. Een conferentieoord, een hotel of wordt het een museum? Geen idee en het bord dat erbij stond gaf ook geen uitsluitsel. We gaan hier vaker langs en houden jullie op de hoogte.

 

IJs-Zmrzlina


Volgens onze kinderen is dit het mooiste Slowaakse woord. Het duurde even voor we het konden uitspreken, want het is een echte tongbreker, maar dat is geen enkel probleem meer. En dat is maar goed ook, want in Slowakije kunnen ze heerlijk ijs maken. Ze doen niet voor de Italianen onder en ik kan dat weten, want ook in Italië heb ik de nodige ijssmaken getest. Nu hebben ze in Italië wel meer smaken, maar ik vind het niet zo erg dat er hier minder keuze is. Dat brengt je alleen maar aan het twijfelen. Mijn favoriete ijsstalletje zit in Hrinova en ik ben dol op de yoghurtijs en de appelsmaak met echte stukjes appel is ook niet te versmaden. Eric heeft zijn eigen favorieten en dat wisselt per keer. Mocht je dus ooit via Hrinova naar Brezno rijden en je ziet aan je rechterhand een ijsstalletje… Prima ijs!

 

Dresden

En dan is onze vakantie alweer ten einde. Net als vorig jaar  besluiten we ook nu op de terugreis via Tsjechië te rijden. Deze keer boeken we een hotel in het centrum van Dresden, een stad dat al een tijdje onze interesse heeft. Tijdens onze vakantie bekijken we eerst de film ‘Dresden’ en na al dat oorlogsgeweld is het prachtig te zien hoe de stad, vooral sinds de val van de muur, in oude staat hersteld wordt. Zoals ik van Eric gewend ben, weet hij ook dit keer weer via internet een prachtige hotelkamer in het centrum te boeken. Dit keer heeft hij echt zijn best gedaan. De Frauenkirche ligt om de hoek en natuurlijk bezoeken we deze barokke kerk. In 1994 is men met de wederopbouw van de kerk begonnen en in 2005 is de kerk heropend.


We lopen door de stad en vergapen ons aan de diverse gebouwen die alweer uit het puin herrezen zijn. Andere gebouwen hebben nog iets zwarts geblakerd. Is het de luchtvervuiling die de kalkzandsteen aan zijn zwarte kleur heeft geholpen of zijn het, niet meer schoon te krijgen, overblijfselen van het bombardement in ’45. De stad verbaast ons en is mooi. We zijn blij dat we dit keer niet langs de stad zijn gereden, maar de stad daadwerkelijk bezocht hebben.

Frauenkirche

 


 

Voorjaar 2011

 

De voorbereiding

Vanaf de kerst lopen wij samen plannen te maken voor onze tuin, binnenplaats, buitenkeuken, hoe je het ook noemen wilt. Nu de oude woning plaats heeft gemaakt voor een mooie binnenplaats met pergola, is er ruimte genoeg om ons uit te leven. Eigenlijk is het helemaal niet goed om zoveel tijd tussen twee vakanties in te hebben, maar het kan soms gewoon niet anders.

Hoewel we met onszelf en met elkaar hadden afgesproken dat we niet meer teveel spullen mee zouden slepen naar Slowakije, weten we de aanhanger toch weer flink te vullen. Kijk, die drie Catalpa’s voor de binnenplaats, dat moet en dat diezelfde kweker leuke fruitboompjes voor weinig geld had staan… tja, ik ben met een natte vinger te lijmen. Bovendien moet ook de buitenplaats  aangekleed worden met fleurige bloemen. Echte plantjes in potjes heeft geen zin, maar neppers doen het ook goed. Uit mijn verzameling oude potten thuis zocht ik enkele gelijk ogende potten en schilderde deze in allemaal felle tinten. En die grote lintenhanger, waarvoor ik allemaal leuke dingen heb gekocht. Met een snoer kerstverlichting is het net een kroonluchter. Volgens Eric is het vreselijk kitscherig, maar ik denk dat dit straks de boel mooi gaat opfleuren. Bovendien… wat is er mis met een beetje kitsch op zijn tijd.

 

De aankomst

De reis was voor ons dit keer toch weer spannend. Onze, inmiddels tien maanden oude, Berner Barolo zou voor het eerst mee gaan en, hoewel hij autorijden leuk vindt, je weet maar nooit hoe hij op een dergelijk lange reis reageert. En weet hij zich te gedragen als we ergens overnachten. Barolo staat garant voor veel ondeugende streken, bovendien moest hij voor het eerst ergens onderweg in een Gasthof zonder bench de nacht doorbrengen. De reis verliep voorspoedig, Barolo gedroeg zich voorbeeldig in de auto en tijdens de overnachting. Oké, bij ons overnachtingsadres ontlokte hij anderen op het terras wel de uitspraak: ‘Er trinkt wie ein Bayer’, maar dat was ook niet zo gek na drie bakken water.  

De aankomst bij ons huis verliep wat minder rustig. Eric dacht dat hij de hond direct uit de auto kon laten. De hond sprintte naar de boomgaard, tilde zijn poot op en ontwaarde tijdens het plassen ... kippen… Een herrie en in optocht zag je de kippen met Barolo in hun kielzog door het straatje rennen. En wij er achteraan natuurlijk! Iedereen hoorde gelijk dat wij gearriveerd waren. Er was gelijk weer reuring in de straat.

Barolo kreeg dus gelijk huisarrest. Terwijl Eric de waterpomp aanzette – jawel, gelijk water en alleen maar een kapot gevroren dopje bij de wastafel van het toilet – begon ik met uitpakken. Na een tijdje waren we Barolo kwijt. Die stond dus op zolder en durfde de trap niet meer af. Tja, thuis willen we ook niet dat hij trap loopt. Goede raad was dit keer redelijk simpel. De twee bovenste trappen zijn – net als thuis - van hout. Daar hebben we iets voor gezet, zodat het tot verboden gebied verklaard werd. De onderste twee trappen zijn van steen en daar hebben we hem leren traplopen. Een beetje hond begrijpt dat; steen mag wel, hout mag niet!

 

De werkzaamheden

Onze werkzaamheden zijn dit keer allemaal buiten. De eerste dag maken we gelijk de bakken klaar en zetten de Catalpa’s erin. Die kunnen we twee weken vertroetelen, voor ze het alleen moeten redden. Als die bomen straks groot zijn en de bodembedekkers de bakken groen laten kleuren, wordt het grote grindvlak wat minder massief. Het is nu wel een enorm groot grijs vlak. In de dagen erna schilder ik de binnenmuren in prachtig blauw. Vliegen schijnen een hekel aan blauw te hebben en wij hebben een hekel aan vliegen rond onze eettafel. ‘Blauw’, moest de muur volgens Eric worden. Achteraf zeurde hij dat hij de muur te blauw vond. Jammer voor hem, maar ik ben niet van plan om het nog eens te schilderen. Met een beetje geluk vervaagt de kleur vanzelf door de zon. Bovendien, zo’n pretje is het nou ook weer niet om die ruwe muren te schilderen. ‘Ruw’, zal je je afvragen. ‘Ze waren vorig jaar toch glad gestuukt?’ Tja, maar dat was ten eerste niet de bedoeling. Ik wilde de muur een beetje ruw houden. Daarnaast hadden de heren het veel te laat in het seizoen gedaan. Stuukwerk moet drogen en als het niet droog is en het gaat vriezen, valt er heel veel weer gewoon vanaf. Ik ben blij dat toen we hoorden dat ze nog niet klaar waren en zagen waar ze mee bezig waren, hun werkzaamheden gelijk stop hebben gezet. Ze vonden het vreemd, maar ook Slowaakse mannen zouden gewoon eens moeten luisteren en dan het liefst naar mij natuurlijk.  Ik had het ze toch gezegd… Het enige voordeel is nu dat die akelig glad gestuukte muren van vorig, die zij zo mooi vonden, nu veranderd zijn in ruwe muren. En dat vind ik weer mooier. Maar het is wel zonde van het geld, de tijd en moeite natuurlijk.

Tussendoor maak ik alle perken weer onkruidvrij en geniet van ieder plantje dat ik onder het onkruid tegen kom. Altijd mooi om te zien dat een plantje na een lange, strenge winter weer zijn best doet om te groeien en bloeien. Eric maakt intussen van sloophout een giga buitentafel en zet dit in de verf. De meegebrachte nepplantjes kleden het geheel mooi aan en zowaar, het begint echt al een beetje te worden zoals ik in mijn hoofd heb zitten.

Als ik klaar ben met de buitenkant van de muur, is de oude stal aan de beurt. Het was niet gemakkelijk, maar het resultaat is geweldig… Wat knapt dit op zeg.

Eric heeft intussen de buitenverlichting aangelegd en de laatste dag komt Piet met zijn buurman al de nieuwe garagedeuren brengen. De staldeuren maakt Jarno in de zomer. Dat is de klus voor de zomervakantie. Als die deuren erin zitten en geschilderd zijn, is de binnenplaats vrijwel klaar. We rommelen en we doen, zijn toch weer de hele vakantie bezig, maar dit keer niet met zoveel stress als vorig jaar.

 

De maaimachine

Vorig jaar heeft Eric flink lopen tobben met de balkmaaier en daar moest een oplossing voor komen. Repareren was behoorlijk aan de prijs en bij toeval troffen we bij ons in de omgeving een bedrijf aan met het bijna perfecte maaimachientje voor ons. Nog beter was geweest als we er een zitje op hadden, maar je kunt nu één keer niet alles hebben. Afgelopen voorjaar hebben we weer contact met het bedrijf opgenomen en ja hoor, ze wisten nog wie we waren en welk machientje het betrof. Bij onze aankomst zou het maaimachientje voor ons klaar staan. En zowaar…

Eric ging bijna met plezier de berg op om te maaien. Druk op de knop, trek aan het touwtje of zoiets en hop, daar ging hij. Uren liep hij rustig over zijn veld, achter het machientje aan. Het resultaat… een mooi gemaaid veld. Van het oude koren is geen spoor meer te bekennen. Dit wordt gewoon een groen veld met veldbloemen en hier en daar een boom. Hoewel we nu ook iets nieuws bedachten; een golf coart. De holen zitten er al, daar hebben de konijnen al voor gezorgd.

Overigens vond Eric een enorm bot op ons veld. Hoogstwaarschijnlijk van een koe of zo. Voor hem het ultieme bewijs dat er beren bij ons huis lopen. Wie anders kan een dergelijk groot dier omgebracht hebben?

 

 Barolo en baas maaien het veld

Barolo

De eerste dagen vond hij het huis maar niets. Na de eerste nacht trof ik beneden een triest, en enorm zielig kijkende puberpup van 45 kilo aan in de bench. Het leek alsof hij geen oog had dichtgedaan. De avond erna mocht hij in de bench naast onze slaapkamer slapen. Dat ging stukken beter. Barolo begreep niet dat de buurhonden niet met hem wilden spelen. Sterker nog, ze waren bang van hem. Toch zocht hij iedere keer contact. Barolo vindt alle mensen en dieren leuk, maar in Slowakije denken zowel mensen als dieren iets anders over grote honden.

Barolo hielp natuurlijk flink bij al onze klussen. Als Eric aan het maaien was, hield hij toezicht. Moest er met hout gesleept worden, wilde hij ook wel even een stuk verplaatsen en regelmatig moesten we zijn grote kop opzij duwen om zelf te kunnen zien waar we mee bezig waren. Hij stond werkelijk overal met zijn neus bovenop. Regelmatig werd hij weggestuurd omdat zijn aanwezigheid de klus niet gemakkelijker maakte. Het ergste was de verfpot. Barolo wilde in de verfpot kijken en dat mocht niet. Hij liet zich niet wegsturen en het onvermijdelijke gebeurde. Hij kreeg een blauwe neus en voor we het weg konden halen, zat het natuurlijk ook al op zijn tong.

Na een kleine week kwam het buurmeisje Barolo terugbrengen. Diep verontwaardigd vertelde ze dat Barolo een kip te pakken had gehad. Ai… Nu denk ik dat het een oude en langzame kip was en het dier was niet dood, maar eieren zal zij voorlopig niet leggen. Aan het eind van de vakantie hebben we toch maar even een paar nieuwe kippen gekocht voor de buren.

Overigens leverde die daad hem blijkbaar wel respect op van de andere honden. Ineens mocht hij soms meespelen en met af en toe een hondenkoekje probeerde ik de andere honden te lijmen. Barolo paste zich snel aan en als de honden op de berg blaften, blafte hij vrolijk mee. Hij werd zelfs waaks als er mensen voorbij kwamen. Maar hij ging steeds verder bij het huis weg. Op een dag stond hij bij de boerderij onder ons, de hond die daar aan de ketting lag, uit te dagen. En niet komen toen wij hem riepen. Het bleef niet bij die ene keer en het vervelende is, dat niet iedere Slowaak zo vriendelijk is voor hun hond. Ik heb tot tweemaal toe gezien dat de bezem geheven werd. Natuurlijk naar hun eigen hond toen ik keek, maar ik wil niet dat Barolo met de bezem krijgt en ik wil ook niet dat hun honden dankzij Barolo met de bezem krijgen. De laatste dagen beperken wij zijn bewegingsvrijheid. Jammer, maar het is niet anders. Onze puberpup moet eerst weten dat hij moet komen als wij hem roepen.

 

Barolo heeft ondanks dat een topvakantie gehad, hoewel hij tijdens het inpakken van de auto ons wel goed in de gaten hield. Zonder hem vertrekken zat er niet in, daar zorgde hij  zelf wel voor. Barolo steekt zijn neus overal in!

 

Zigeuners

Om onze spullen goed te vervoeren en de catalpa’s te behoeden voor schade aan de stam, hadden we alle loze ruimtes in de aanhanger volgestouwd met plastic tassen, gevuld met oude kleding. Normaal gesproken  gaat dat in Nederland naar een goed doel, maar wij wilden zeer beslist deze spullen niet mee terug nemen. Alle zakken legden we op de achterbank van de auto en dachten daar vast wel iemand blij te kunnen maken. Nu hadden we niet zoveel zin om daar een dagdeel aan te besteden en tijdens één van onze bezoeken aan Zvolen werden we op een zeer gemakkelijke wijze van onze oude kleding verlost. Een jong zigeunerechtpaar liep met een grote handkar met enkele stukken oud ijzer erop. Ik sprak ze aan en vroeg of ze interesse had in kleding. Natuurlijk had ze dat en de grijns op haar gezicht werd steeds groter toen ik zak voor zak uit de auto haalde. Dit was haar geluksdag, zag ik haar denken. De zigeunerman werd weggestuurd om de handkar te legen en zij hield de wacht bij tig plastic tasjes met kleding, schoeisel en andere zaken. Ook Eric’s oude voorraad stropdassen zullen via deze zigeuners hun weg vinden in Slowakije. ‘Waarom geef je het aan zigeuners, hoor ik enkelen denken. Tja, waarom niet? Hoogstwaarschijnlijk zullen ze het verhandelen, maar ze hebben het eerlijk gekregen van mij. Natuurlijk zal het geld dat ze ermee verdienen, omgezet worden in alcohol en hamburgers. Maar na al die jaren in Slowakije weet ik dat ik dat gedrag niet kan veranderen. Ze hebben deze spullen eerlijk gekregen en we zijn nog nooit zo uitbundig uitgezwaaid door een zigeunervrouw. We hebben haar in ieder geval voor een moment gelukkig gemaakt.

 

 De nieuwste klus...

 

Vrouwtje Umriet

Het wordt bijna een vast onderdeel in mijn verhalen, maar vrouwtje umriet, zoals wij haar inmiddels noemen, is een bijzonder mens. Iedere keer weet ze mij te overvallen en iedere keer kost het me de nodige moeite om te begrijpen welk drama er gedurende onze afwezigheid nu weer heeft afgespeeld op onze berg.

´Als vrouwtje umriet langskomt, moet je me wel redden´, roep ik in het begin van ons verblijf in Slowakije. Umriet betekent ´sterven´ en aangezien ze mij al een aantal keren als begroeting met enorm gevoel voor drama een verhandeling in het Slowaaks heeft gegeven over de overledenen op onze berg, heet zij nu Vrouwtje Umriet, de omroeper van slecht nieuws.

 

Ze overvalt me als ik de buitenmuur sta te schilderen. Eric is in geen velden of wegen te bekennen. Waar zijn mannen als je ze echt nodig hebt. Ik overzie mijn vluchtpogingen en stel vast dat die er niet zijn. Met haar sluike grijze haren, vermoedelijk door haarzelf in model geknipt, en tandeloze mond komt ze – geheel gekleed in smetteloos zwart - grijnzend op me aflopen. Ze drukt mij tegen haar aan en ik hoop dat mijn met verf besmeurde verfplunje geen sporen zullen achterlaten. Beleefd vraag ik hoe het met haar gaat. Dom, ik weet het. Natuurlijk ging het niet goed met haar, vertelde ze. Het gaat nooit goed met haar en weet je, die hond van jullie, die heeft een kip te pakken gehad. Ergens was ik opgelucht. Iedereen op de berg leeft nog, maar die hond van ons… Hoofdschuddend vervolgde ze haar weg naar beneden om onderweg iedereen te vertellen over die hond van die Hollanders…Het nieuwe buitenterras

 

Einde vakantie

Natuurlijk had ik, net als andere vakanties, meer willen doen. Mijn ‘to do’ lijstje is altijd te groot voor de tijd die we hebben. De laatste dagen proberen we nog zoveel mogelijk af te krijgen. Op de één na laatste dag komt Irena opgetut en wel met haar hond bij ons langs. Ze wilde me meenemen naar de Kalamarka om met de honden te wandelen. Ik kijk eens naar mijn met verf besmeurde armen en benen… ‘Gaf niet’, zei Irena, maar daar dacht ik toch anders over. Zo ga ik echt de straat niet op. Ook niet in Slowakije. ‘Maar jullie moeten ook ontspannen’, zei ze nog in een laatste poging mij te overtuigen om mee te gaan. Ik lach en merk op dat zij zelf altijd degene is die loopt te stressen met haar paarden en het werk op haar boerderij. De pot verwijt de ketel…

De laatste dag ruimen we bijtijds op en houden nog lekker een middagje rust. De nieuwe rookpot van Eric zorgt nog een laatste keer voor een gerookte maaltijd en dan zit het er weer op. In de zomer gaan we verder en alles wat dan blijft liggen, maken we in het najaar af. Komende zomer willen we ook vakantie vieren en gaan we opnieuw een poging wagen om ergens in het land grotten te bezoeken. Nu de werkzaamheden overzichtelijk worden, is het tijd om een deel van de vakantie ook daadwerkelijk in te zetten als vakantie.

 

 Podkrivan cast Ivanisovo by night

 

 

 

 

 

 

Herfst 2010

 

Aankomst

Hier hebben we altijd van gedroomd. Aankomen bij ons huis, spullen uitpakken, stoelen buiten zetten, drankje en boek erbij en neerploffen. Dit keer hadden we zo’n droomaankomst. Nu eens geen mopperende Eric die op en neer de berg afholt omdat er iets met het water is. Er is water, elektriciteit en zelfs de zon werkt vrolijk mee. Ik installeer me al snel met een boek in de zon. Eric kijkt om zich heen en kan zijn rust niet vinden. Blijkbaar is hij geprogrammeerd op ‘herstelwerkzaamheden bij aankomst’ en wil iets doen.

‘Ik ga even bij de pomp kijken. Ga je mee’, vraagt hij al snel. Ik niet, ik zit lekker met mijn hoofd in de zon en morgen gaan we pas echt aan de slag. Dat hebben we afgesproken. Kan mij het nu schelen dat we tussen de bergen grind en keien zitten. Morgen! Dan ga ik beginnen. Eric loopt naar beneden en komt niet helemaal tevreden boven. Er zit een deksel op de put, maar hij is duidelijk niet onder de indruk van de kwaliteit van het werk. ‘Stelletje prutsers’, moppert hij. ‘Dit had ik zelf heel anders gedaan’. Tja, dat denk ik ook en dan had er iets opgezeten dat de eerste honderd jaar niet meer roest, maar ook niet te tillen is. Hij moet de deksel nog schilderen en de put moet nog geïsoleerd worden en dan kunnen we weer jaren met deze put vooruit. Ik vind het prima zo!

Eric heeft ondertussen de barbecue klaar staan en ook de oude haard van zijn oom en tante staat klaar om ons, straks als de zon zijn kracht verliest, te verwarmen. We willen tijdens deze allerlaatste bbq van het seizoen wel buiten zitten.

 

De buitenkeuken

Wat een ruimte en wat een uitzicht hebben we nu de oude woning is afgebroken. Natuurlijk is het allemaal nog niet klaar. De drie dagen die Ulli nog nodig had om de boel af te maken werden 32 uur en daarna had hij nog een dag à anderhalve dag nodig en dan was het zeker af. De avond voor onze aankomst kregen we een sms’je dat hij nu, na twee dagen, bijna klaar was… Wij besloten pas te bellen als we bij het huis waren om eerst zelf  te kijken wat de stand van zaken was. Daarvoor zaten de toestanden van afgelopen zomer ons nog iets te vers in het geheugen. De binnenkanten van alle muren zijn allemaal strak gestuukt. Ik weet dat men daar  in Slowakije gek op is, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar een wat ruwere versie van het stuukwerk. De buitenkant is nog zo ruw. Iets minder had mooier geweest, maar als ze dit doen om ons duidelijk te maken dat zij echt nog een dag (of meerdere) werk bij ons hebben, dan hebben ze het mis. Ik ga de muur schilderen en er zit siliconenrommel in de verf. Bovendien kunnen de meegebrachte klimmers via een ruwe muur veel makkelijker klimmen. Ulli was enigszins teleurgesteld en waarschuwde ons voor scheuren. Klopt, dat kan, maar dat doet het fijne stuukwerk van hem ook al. Dus dat is geen garantie. Alles zal geschilderd moeten worden en helaas kan de binnenkant pas gedaan worden als het echt goed droog is. Volgend jaar dus.

De dakpannen die op de muren zijn gezet zien er akelig nieuw uit. Wij hadden gehoopt dat er voldoende hele dakpannen van de oude woning zouden komen, om dit klusje te klaren, maar helaas… veel oude dakpannen zijn gesneuveld. Komend voorjaar zal ik karnemelk meenemen om de nieuwe dakpannen mee in te smeren. Zo hoop ik snel een ‘oude look’ te creëren.

Eric houdt zich bezig met het losmaken van twee balken van de pergola. Wij hadden op de foto’s al gezien dat de mannen een rare constructie hadden gemaakt. De hoge staande balk begrepen we nog wel, dat was de balk waarin een oude zegening was gekerfd en die wilden we heel houden, maar waarom de twee liggende balken ernaar toe, zowel in de hoogte als in de breedte scheef waren geplaatst, ontging ons volkomen. Het zag er echt niet uit. Met de grootst mogelijke moeite heeft Eric tientallen (krom) geslagen spijkers eruit gehaald en de balken recht gelegd en nu zitten ze vast met slechts enkele schroeven. Even de gaatjes voorboren en klaar. Daar zijn niet zoveel spijkers voor nodig. Eric weet gelijk zeker dat Ulli niet de nieuwe deuren voor de stal mag maken. Hij heeft weinig vertrouwen in timmerwerkzaamheden van mensen die zoveel spijkers gebruiken om iets vast te zetten. Het is dus niet ideaal om met je neus er bovenop te zitten als ze aan het klussen zijn, maar als je er niet bij bent verlopen de werkzaamheden ook niet altijd naar wens.

Terwijl Eric met de balken bezig is, ontferm ik mij over de verfspuit en de buitenmuren. Geweldig werk en ik spuit er vrolijk op los. Als ik tussendoor even langs een spiegel in huis loop, schrik ik van mijn spookachtige verschijning. Nu knoei ik altijd wel met verf, maar met zo’n spuit zit je echt helemaal onder. Zelfs Eric heb ik kunnen bevuilen. Op dergelijke momenten prijs ik mezelf gelukkig met een man die niet zo snel een camera ter hand neemt. Zo flatteus zie ik er niet uit in mijn korte broek, verfshirt en witte haren. Mijn teennagels zien er die avond uit als paddenstoelen. Zelfs mijn keurig roodgelakte nagels hebben witte stippen gekregen.

 

Bomen en struiken

Afgelopen zomer hebben we met Thijs en Ed afgesproken dat wij enkele druiven- en vlierbesstruiken bij hen zouden ophalen voor ons korenbosje. Voor we weggaan zet ik nog even snel het houtwerk rond de voordeur in de grondverf. Eric heeft een dag eerder dit allemaal afgetimmerd en ik wil deze vakantie het verfwerk afmaken. Als volgend jaar de hond meegaat kan dat maar beter klaar zijn.

Voor we naar Thijs en Ed gaan, rijden we even langs Albert en Nicole. Wij treffen daar alleen hun zoon. Zelf zitten ze net deze week in België. We rijden even door naar Camping Lazy. Niet dat wij daar willen kamperen, maar de eigenaren runnen ook een hondenpension. De camping ligt vlakbij de Hongaarse grens en als wij volgend jaar een paar dagen naar Boedapest willen, lijkt het ons verstandiger om Barolo niet mee te nemen. Een warme stad in de zomer is niets voor honden. Als iemand nog eens op zoek is naar een mooie rustige camping in het zuiden van Slowakije, moet je hier zijn. De ligging van deze camping is werkelijk schitterend. Wat een rust en wat een ruimte. Het adres staat bij mijn links. Helaas treffen we de eigenaren niet thuis, dus rijden we snel door naar Thijs en Ed.

Hoewel ook zij in het zuiden van Slowakije wonen, valt de afstand qua tijd toch tegen. Slowakije heeft nog geen netwerk van goede vierbaanswegen. Sterker nog, af en toe tref je op het platteland wegen waar enorme gaten zijn gevallen. Hard rijden is dus geen optie, zeker niet met een stuiterende aanhanger achter ons. Vlakbij is ongemerkt een stuk verder weg.

Bij Ed en Thijs spitten we de nodige struiken uit de tuin. Bij hun kastiel vinden we nog de nodige stekken van kastanjebomen en die laten we natuurlijk niet staan. Met een royaal gebaar geven de heren aan dat we zoveel we willen mogen meenemen. Logisch, dat zou hun flink wat snoeiwerk schelen., maar ik hoor Eric’s woorden nog in mijn oren echoën; ‘denk erom dat we niet teveel meenemen. Alles moet bij ons ook weer op het veld gezet worden.’

Een klein kastanjeboompje frommel ik er nog wel tussen…

’s Avonds schuiven we aan voor een heerlijke goulash. Helaas is het te koud om deze buiten te maken in de heksenpot. Dat had ik dolgraag willen zien en proeven. Niet dat de goulash nu niet lekker is, maar eigenlijk wil ik ook een heksenketel aan een driepoot. Ik dacht dat ik Eric wel zou kunnen overtuigen als hij het één keer bij een ander zou zien.

 

Duisternis

 

Vroeg in de avond rijden wij door het Hongaars-Slowaaks grensgebied weer naar huis. Langs de onverlichte wegen proberen we de weg te vinden. Normaal gesproken kost het me geen enkele moeite om in de auto te slapen, maar nu houd ik mijn ogen wagenwijd open. De duisternis is als een zwarte deken over het bosrijke heuvellandschap gevallen en omdat veel wegen in dit gebied straatlantaarns noch reflectiepaaltjes hebben, tuur ik ingespannen mee naar de vage contouren van de weg. In de berm zie ik twee felgroene ogen oplichten. Een vosje? Na iedere heuvel lijkt de weg, als de koplampen nog omhoog schijnen, op te lossen in de duisternis. Plotseling verschijnen allerlei lugubere scenario’s op mijn netvlies. Deze omgeving zou perfect als decor kunnen dienen voor een griezelfilm en die gedachte bezorgt mij extra kriebels.

‘Kijk daar eens’

‘Geiten’, antwoordt Eric met zijn Schiedamse roots. Twee reeën steken de weg over en kijken verbaasd achterom. Wie rijdt er op dit tijdstip nog door hun bos, lijken ze zich af te vragen.

Na een tijdje komen we weer in de bewoonde wereld en rijden door schaars verlichte dorpjes. Op straat zijn er amper mensen en de kleine raampjes van de huizen laten slechts spaarzaam verlichting door.

Eindelijk komen we bij de hoofdweg, die ons tot vlakbij ons huis zal leiden. Ik hoop dat we een stukje omrijden en de verlichte weg zullen volgen, maar Eric kiest voor de kortere route. Dit weggetje leidt wederom door de bossen en is zo smal dat tegenliggers alleen bij inhammen te passeren zijn. In de duisternis van de avond met een aanhanger achter de auto, geeft dit een extra moeilijkheidsgraad. Maar Eric houdt van uitdagingen en mijn stille wens dat hij deze donkere afslag zal missen, wordt niet gehonoreerd.

‘Dit is echt een weg waar je nu een bruine beer kunt tegenkomen’, zegt hij als we door het bos rijden. Welja, gooi er nog maar een schepje bovenop. Ik zit toch al niet op mijn gemak na zijn opmerking, eerder die avond, over de geringe inhoud van de brandstoftank. Natuurlijk komen we die ene auto tegen en bij een uitrit kunnen we elkaar met enige moeite passeren. ‘Ruimte zat’ vindt Eric.

Ik slaak een zucht van verlichting als ik in de verte de lantaarnpaal bij ons huis zie opdoemen. Vlak voor onze woning rent een hert met elegante sprongen vanuit de boomgaard langs ons huis. Even blijven we staan om te genieten van dit bijzondere schouwspel in onze voortuin.

 

Umriet

‘De buurvrouw van het laatste huis staat bij het hek’, zei Eric en ik draaide me om. Vorig najaar heeft ze er voor eens en voor altijd voor gezorgd dat ik de betekenis van umriet niet meer zal vergeten. Toen probeerde ze me duidelijk te maken dat de vrouw van de zoon van de laatste bewoner, volg je het nog, van ons huis was overleden. Het heeft even geduurd voor ik dit door had. In het voorjaar kwam ze me vertellen dat er weer iemand was overleden en, naar ik begreep, was het dit keer haar zoon. Intens triest natuurlijk. Afgelopen zomer zagen we ineens spoken toen we de grote zoon weer in zijn kleine Lada zagen rijden. Of was er nog sprake van een nog een zoon? Twee broers die veel op elkaar leken? Er was toen wel iemand overleden bij het kruispunt, vertelde Irèna destijds. Een dronkaard die voorover was gevallen en in zijn eigen braaksel was gestikt. Maar wie het nu precies was, wij weten het nog steeds niet.

Ook nu stond buuf van het laatste huis met een droevig gezicht te kijken. Ze stak haar hand al door het hek voor ik dit kan openmaken. In mijn beste Slowaaks vroeg ik hoe het met haar ging. Dat had ik beter niet kunnen doen. Haar gezicht straalde één en al droevigheid uit en met een trieste blik in haar ogen begon ze te praten. In de eerste zin viel het woord umriet alweer. ‘Wie nu weer’ vroeg ik mij af. Met een meewarig gezicht deed ze haar relaas. Ergens was een moeder overleden, begreep ik al snel. Haar moeder? Kan, ook oude mensen hebben soms nog moeders. Ik besloot het verhaal keurig mee te spelen en prijs me gelukkig dat Eric niet naast me stond. Stel je voor dat ik zijn blik zou vangen en ik spontaan de lachkriebels zou krijgen. Dat zou toch wel erg respectloos zijn.

Als ze haar weg vervolgt en ik weer aan de slag ga, praat ik Eric even bij. Wij denken dat ze dit keer de moeder van Irena bedoelt. Het zal ongetwijfeld goed bedoeld zijn om ons daarvan op de hoogte te stellen, maar we zijn zelf al bij Irena geweest. Haar keuken was akelig leeg zonder haar moeder en natuurlijk vroeg ik gelijk naar haar. Ze tobde immers al een jaar met haar gezondheid. Irena’s moeder was in augustus, vlak na ons vertrek overleden. Enkele dagen later kwam Irena even bij ons langs. Zij komt niet uit deze omgeving, maar uit Bratislava en heeft een andere visie over dood en rouwverwerking. Tenminste, afwijkend vergeleken bij de dorpsgenoten. In haar rode jas wordt ze nagewezen. Wie draagt er nu van die felle kleuren tijdens de rouw? Het lijkt alsof ze enige bevestiging nodig heeft voor haar manier van rouwverwerking en dat krijgt ze. Onze visies verschillen niet zoveel. Op het Slowaakse platteland neemt de dood een belangrijke plaats in. Irena en ik zijn het er over eens dat je beter bij leven goed voor elkaar kunt zijn. Zij heeft de laatste jaren haar moeder in huis genomen. Geweldig toch dat ze haar moeder op die manier een goede oude dag heeft bezorgd. Natuurlijk heeft ze verdriet, maar als ze die rode jas verwisselt voor een zwarte, zal het niet beter worden. Zichtbaar opgelucht verlaat ze na een tijdje ons huis. Ik kijk haar na en heb medelijden met haar. Nu is ze alleen met haar dieren en af en toe een vriendin of familielid die komt logeren. Bij de dorpsgenoten blijft ook zij die vrouw uit Bratislava.

 

Grind, keien en nog eens grind

‘Geen tuin’, vinden de Slowaken ons grind, of strk – probeer het maar eens uit te spreken - zoals zij het noemen, voor onze woning. Ik geef ze nog een paar jaar en dan zullen de eerste Slowaken ons voorbeeld volgen. Na een dagje regen ben ik druk bezig om de perken naast de toekomstige buitenkeuken vol met grond te storten en de meegebrachte planten erin te zetten. Tegen de muur plant ik een mooie roos en volgend voorjaar zullen we drie catalpa’s meenemen, die in tussen het huis en de buitenkeuken komen te staan. De bakken waarin de catalpa’s moeten komen, maken we van zwerfkeien. Die liggen er nog genoeg. De platte stenen leggen we in de parkovisko en vullen dat aan met kleinere stenen en grind. We sjouwen ons een bult maar het lukt ons om de gehele berg grind te verwerken. Het is een waar slijtageslag voor onze lijven, maar we zijn apetrots op het eindresultaat. Volgend voorjaar maakt Eric van sloophout een grote buitentafel en ik ga de muren mooi lichtblauw schilderen. Daarnaast gaan we nog iets leuks doen met de oude stalraampjes, maar dat laten we wel zien als het klaar is. Ulli heeft uit de oude woning de nodige oude spullen gevonden en alles wat bruikbaar is en de buitenkeuken straks sfeervol kan aankleden, heb ik bewaard. Er zaten nog oude wijnvaten in allerlei maten bij en zelfs er kwamen zelfs een paar boterkarnen tevoorschijn. We zullen ook nog iets van een oude buitenkeuken maken, waarin onze geliefde barbecue een vaste plaats zal krijgen. Plannen hebben we genoeg. Volgend jaar komt het leukste deel van de buitenkeuken. De ‘finishing touch’.

 

Cadeautjes

Net als alle andere keren neem ik ook dit keer weer iets mee voor de buren. Voor Irena is het makkelijk. Die is gek op onze Hollandse kaas en dan het liefst de pittige soorten. Ik doe er haar een enorm plezier mee en ben blij dat ik iets terug kan doen voor de hulp die ze ons regelmatig biedt. Bij de buren ligt het anders. Niet moeilijker hoor. Ik verzin iedere keer wel wat, maar we hoeven er niets voor terug. De hulp van Milan die hij met enige regelmaat biedt en het bewaken van onze woning tijdens onze afwezigheid is ons iedere keer wel een presentje waard. Het enige waar ik problemen mee heb is dat de buren, ook Milans moeder, ons altijd iets terug wil geven. Het is de zelfgemaakte worst, jam of die zelfgestookte sterke drank. Als ik in het begin van ons verblijf de presentjes geef, worden wij steevast verblijd met een enorm bakblik vol strudelachtige koeken. Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar wat moeten we met zo’n hoeveelheid. Af en toe zitten er best lekkere baksels tussen, dat is het probleem niet. Toch verdwijnt aan het eind van ons verblijf het nodige in de prullenbak en eigenlijk vind ik dat niet kunnen. Zo breed heeft zeker Milan’s moeder het niet. Dit keer denk ik het slim aan te pakken en geef de presentjes pas op de avond voor ons vertrek. Op die manier hebben ze geen gelegenheid meer om iets te bakken en hoef ik niets weg te gooien. Een misrekening, want nu worden er potten pruimenjam, verse kaas en worst in mijn handen geduwd. Hoe krijgen we  alles zonder koeling goed in Nederland? Helaas kan ik haar dat niet aan het verstand brengen en met enige gêne neem ik de spulletjes mee. ’s Avonds komt Zita ook nog langs met extra potten pruimenjam. Ach, die potten jam komen wel op en met de zak walnoten, die ze voor mij uit de boomgaard gehaald heeft, ben ik natuurlijk zielsgelukkig. Ik dacht al dat de hele oogst mislukt was. Helaas kon de verse kaas en worst bij thuiskomst direct de container in. Zonde, maar ik weet ook niet hoe ik dit moet oplossen.

 

 

Honden

Natuurlijk weten we intussen dat Slowaken, en zeker op het platteland, anders met honden omgaan. Irena is daar een goede uitzondering op, maar verder is men niet erg vriendelijk voor hun huisdieren. Ze hebben een functie en dat is het bewaken van het erf. Voor de rest worden ze niet verwend en veelal scharrelen ze hun eigen kostje bij elkaar. Rita en Bingo begroetten ons bij aanvang van onze vakantie enthousiast. Nou ja, mij dan. Voor Eric zijn ze een beetje bang. Blijkbaar zijn de mannen het onvriendelijkst tegen hen. De eerste de beste barbecue zitten beide honden klaar om de overgebleven stukjes stokbrood te verorberen. Dit keer is ook Timo, de jongste zoon van Rita aanwezig. Hij is in mei geboren en is inmiddels uitgegroeid tot een speelse jonge hond. Ook hij begint al het angstige gedrag te vertonen. Nu zien wij – en daar ben ik eerlijk gezegd wel blij om – nooit dat de dieren mishandeld worden, maar hebben slechts een vermoeden. Iedere vakantie gaat er een zak met hondensnoep mee en dat weten de dieren. Ze komen dagelijks hun kluifje halen. Ik hoop dat men ziet dat je ook op een andere manier met honden kunt omgaan en dat je op die manier veel plezier met te kunt beleven en ook veel liefde terug ontvangt.

Halverwege de week komt de blonde hond van het laatste huis buurten. Normaal gesproken is het een dartel beest en het was de enige hond in de buurt die niet bang voor onze Floyd was. Iedere vakantie komt hij even kijken. Zo ook nu. Ik roep de hond en angstig kijkt hij me aan, de staart helemaal strak tussen zijn achterpoten, kont naar beneden, komt hij voorzichtig dichterbij. Als ik iets beweeg, schrikt het dier en springt naar achteren. ‘Wat hebben ze met je gedaan’, vraag ik zachtjes. Het beest piept. Heel voorzichtig zoek ik toenadering en Eric reikt mij de zak met hondensnoepjes aan. Hij durft niet! Ik leg een lekker koekje voor hem neer en ga langzaam naar achteren. Voorzichtig pakt hij het koekje op en kijkt me aan. ‘Het is goed jongen. Die is voor jou’, fluister ik. De hond kijkt me intens verdrietig aan en zijn kaken houden het koekje stevig vast. Hij durft niet eens te kauwen. ‘Eet maar op’, moedig ik hem nog eens aan. Hij doet niets en loopt langzaam achteruit, richting hek, met het koekje nog steeds tussen zijn kaken geklemd. Nog nooit eerder heb ik een hond gezien die te bang was om direct een hondenkoekje te verorberen. Triest kijk ik het dier na. Hier kan ik zo verdrietig om worden. Arm beest.

 

 

Afsluiten

Het zit er weer op. We zijn lekker op geschoten en maken al volop plannen voor het volgend voorjaar. De boodschappenlijst wordt opgesteld en de schoonmaak begint. Als ik de laatste dag nog even snel rond de ketel in de technische ruimte stofzuig, zie ik bij het verplaatsen van wat spullen iets dat verdacht veel op muizenkeutels lijkt. ‘Kan niet’, zegt Eric en ik geloof hem niet. Kan wel, denk ik en ik haal de korrels tevoorschijn. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de familie Muis ons huis tijdens onze afwezigheid kraakt. Ik heb het al niet op die beesten en zeker niet in mijn huis. Om te voorkomen dat het huis vroegtijdig in de verkoop gegooid moet worden, stemt Eric toe in het plaatsen van schoteltjes muizenkorrels. Toch zal ik volgend voorjaar het huis voorzichtig betreden. Je weet immers maar nooit.

De verwarming zit weer vol met anti vries, de toiletpotten ook en natuurlijk is het water afgesloten. Volgend voorjaar gaan we weer verder.

 

 

 

Zomer 2010

 

Praag

Er zijn vele wegen die naar Slowakije leiden en dit keer besluiten we, mede dankzij de adviezen van diverse verkeerdiensten, die helse verkeerstoestanden op de Duits- en Oostenrijkse wegen richting Zuiden voorspellen, via het voormalig Oost Duitsland te rijden. Een goede reden om Praag aan te doen  en daar een overnachting te boeken. Onze reis verloopt voorspoedig en zonder enig oponthoud. In onze comfortabele, met airco uitgeruste, auto zien we de buitentemperaturen oplopen tot wel 37 graden en bij een tankbeurt voelen we hoe warm dat is. Het is zomer en wij gaan op vakantie!

 

Natuurlijk zijn dergelijke temperaturen niet echt geschikt om een stad te bezoeken, maar we hebben toch al niet de illusie dat we veel zullen doen in die ene avond en nacht. We prijzen onszelf gelukkig met een hotelkamer voorzien van airco, ergens in het centrum van Praag. Het hotel is snel gevonden en met enige stuurmanskunst weet Eric de auto in de ondergrondse parkeergarage te zetten. Wij vonden dat een enorm pluspunt, een hotel in het centrum met een eigen parkeergarage, maar men had niet vermeld dat de auto niet te groot mocht zijn. Het was millimeterwerk om via de smalle ingang de garage te bereiken. Eric vindt zoiets een uitdaging. Gelukkig maar, want als ik dat had moeten doen, had ik een gedeukte botsauto zonder spiegels van ons vehikel gemaakt.

We checken in, frissen ons op en gaan de stad in, op zoek naar een leuk terrasje. De straten geven een droog stomende warmte af, die langs onze benen omhoog kringelt om in onze broekspijpen haar plakkerige werking te doen. Midden in het centrum is het een drukte van belang. Wij zijn niet de enige idioten die met dergelijke temperaturen een stad bezoeken. Al snel genieten we van een enorm glas ijskoud bier, we zitten tenslotte niet voor niets in de bakermat van pilsener.

Daarna lopen we keurig ons rondje centrum, maken voldoende foto’s zodat iedereen kan zien, dat ook wij de klok hebben gezien en op de Karlsbrücke hebben gelopen. Op de Karlsbrücke staat een man kunstig muziek te maken met behulp van glazen en weet een loepzuivere versie van één van Bach’s meesterwerken ten gehore te brengen. Ik bekijk de nodige winkeltjes –ze hebben prachtige kitsch, enig Boheems glaswerk en natuurlijk voldoende sieraden – en als ik merk dat dit shopgedrag Eric de keel uit gaat hangen, vleien ons neer op een terras van een restaurant aan de oever van de Moldau.

 

Na het eten besluiten we eerst een stukje te wandelen, alvorens ergens neer te strijken voor een kopje koffie. Hoewel de avond allang is ingevallen, is het nog steeds gezellig druk in de stad. De terrassen zijn overvol en menig slimme middenstander heeft zijn winkeldeur nog openstaan. De avond laat de warmte van die dag niet los en de windstille stad zucht onder de  verzengende warmte.

Als we ’s avonds laat terugkeren in onze koele hotelkamer is een lauwe douche nog het enige wat we willen.


 

De aankomst

Via Brno rijden we de volgende dag richting Bratislava. Al snel na Praag verandert het wegdek in irritante stelcomplaten, die om de paar seconden een monotoon geluid laten horen en de auto iets opschud. We zijn blij als we de Slowaakse grens bereikt hebben, niet alleen omdat Slowakije voor ons inmiddels voelt als thuiskomen, maar omdat de weg na de grens overgaat in mooi en egaal asfalt. Wat snelwegen betreft troeven de Slowaken hun grote broer van vroeger behoorlijk af. Zij weten de EG subsidies dusdanig aan te spreken dat er al vele goede snelwegen zijn en er wordt nog steeds keihard gewerkt aan het uitbreiden van het huidige wegennet.

Als we vlak bij het huis komen, begint de spanning bij mij toch iets toe te nemen. Zou Ulli al begonnen zijn met het slopen van de oude woning. Eric heeft er alle vertrouwen in – hij heeft Ulli enkele weken eerder nog aan de telefoon gehad – maar ik denk aan al die keren in het verleden dat afspraken met werklieden niet nagekomen werden. Wij rijden het dorp in over een kort ervoor opnieuw  geasfalteerde weg en rijden naar boven. Halverwege gaat het nieuwe asfalt over in zeer slecht wegdek met vele hobbels en gaten. ‘De charme van het land’, noemt Eric dat ieder keer als we aankomen en probeert de grootste obstakels te ontwijken. Op het kruispunt boven kijken we… we kijken nog eens en zien niets. HET DAK IS ER AF!

Ulli en één van zijn helpers zijn nog druk aan het werk. We worden snel bijgepraat, pakken de auto uit en voorzien de heren van een kop koffie. Een Senseootje is zo gezet, nietwaar. De heren begrijpen echter niets van dit snelle koffieding en vragen om een volle bak. Mijn koffiekopjes zijn iets te groot voor een éénkops behandeling en bij het gebruik van de tweekopsknop creëer ik een overstroming. Ik heb een poging gedaan dit uit te leggen en aan de gezichten was het onbegrip af te lezen. Ik besluit iedere volgende keer de oude getrouwe koffiepot voor de heren in ere te herstellen. Krijgen zij hun volle bakken koffie.

 

Na een inspectieronde valt er weinig naars te ontdekken. Alleen de achtermuren zien er, ondanks de drainage, redelijk nat uit. Al het water rolt natuurlijk zo van de berg, tegen het huis aan. Een geultje graven en die om het huis heenleiden, schijnt de oplossing te zijn, hoorden we later. Een klus die op onze ‘to do’ lijst komt. Op de trap naar de tweede verdieping is een lekkageplek te zien, maar nadere inspectie gaf aan dat dit slechts door mos in de dakgoot veroorzaakt werd. De hevige regenval in Oost Europa heeft in ieder geval geen grote schade in huis aangericht.

 

In en om het huis

Deze vakantie zullen we weinig klussen in huis. Onze werkzaamheden spelen zich grotendeels buiten af. Het veld moet worden gemaaid, onkruid wieden, buitentrapjes langs het huis aanleggen, Eric wil buitenelektriciteit aanleggen en ik hoop de grote schuur te schilderen. Het eerste weekend rommelen we lekker aan. Het is nu even rustig zonder de werklui en het is heerlijk weer. We doen de boodschappen, schaffen een goede bosmaaier aan en gaan het onkruid te lijf. Als de werklui bezig zijn, willen we ze voor het huis niet voor de voeten lopen, dus plannen wij onze klussen om hun werkzaamheden heen. Immers, Ulli heeft gezegd dat het afbreken drie dagen zou duren en troep opruimen, de muren afsmeren en de pergola opbouwen nog een week. Ze zijn door omstandigheden iets later begonnen, maar als Barbra komt, zijn ze vast wel klaar, dacht ik op dat moment nog heel naïef. Ik zou ondertussen beter moeten weten.

Als de mannen er weer zijn, gaan wij het veld op met de bos- en balkmaaier. Het is werkelijk bloedverziekend heet en om verbranding te voorkomen bedekt Eric zijn schedeldak met een origineel ‘kopvodje’. Uiterst functioneel, maar het ziet er niet uit. Het zou verboden moeten worden. Volgens Eric is die balkmaaier te zwaar voor mij, dus ik zwaai er lustig op los met de bosmaaier. Het ding is makkelijk te bedienen, alleen moet ik van Eric zo’n beschermende kap op en dat ding glijdt constant van mijn hoofd en als het even blijft hangen, beslaat het.  Bovendien zweet ik me rot achter dat perspex masker. Wat een onding.

‘Wat zie je rood’, merkt Eric na een tijdje fijnzinnig op. Tsss…

Vind je het gek, met zo’n ding op mijn kop. Tegen de tijd dat de meegenomen fles water bijna leeg is,  begeeft de balkmaaier het. Eric doet de nodige pogingen het ding zelf te repareren en dat gaat niet zonder slag of stoot. Ik blijf een beetje uit zijn buurt; zijn humeur daalt bij dergelijke activiteiten meestal snel naar een dieptepunt Wonderlijk hoe balkmaaiertjes ineens genoemd worden als ze niet doen waarvoor ze gekocht worden.

Met enige taalkundige bemiddeling belooft buurman Milan de volgende avond de balkmaaier te repareren. Ik heb groots vertrouwen in de reparatiekunst van onze buurman; Slowaken kunnen namelijk bijna alles repareren. De volgende dag gaat Eric toch zelf nog aan het ding prutsen. Het is blijkbaar zijn eer te na om dit ding niet zelf aan de praat te krijgen en waarachtig, het lukt hem. Nee, hulp van de buurman is niet meer nodig, totdat... een paar dagen later het kwalitatief uitermate teleurstellende ding het weer begeeft. Ik zal jullie de toen geuite teksten besparen; het ding is gedemonteerd en gaat naar een Nederlandse dealer. Onze behulpzame buurman heeft het laatste driehoekje op het veld gemaaid.

 

Overigens kwam ik op het veld, goed verborgen onder enorme bossen onkruid, nog wel mijn - in mei geplante - bamboe tegen. Na zoveel regen is dat natuurlijk niet zo gek. We hebben vanaf nu besloten dat we alleen nog maar langere takken/bomen neer gaan zetten. In ieder geval iets dat boven het onkruid uitsteekt, voorzien van duidelijke markeringspunten, want het is geen doen om elk klein takje, dat in het verleden geplant is, met de balkmaaier te ontwijken. Menig takje werd net iets te laat gevonden en is hierdoor op ruwe wijze gekortwiekt. Zo komt ons bos nooit vol.

 

 

Schoonmaak

Eén van de eerste dagen dat de mannen aan het werk zijn, besluit ik het huis aan de binnenzijde eens goed onderhanden te nemen. Natuurlijk maak ik na ieder verblijf schoon, maar houten meubels en kachels willen af en toe ook een andere verzorging. Ik besluit eerst eens alle aanwezige poetstroep te verzamelen op één plek, zodat ik weet wat ik allemaal in het verleden heb aangeschaft en ga vervolgens aan de slag. Het houten keukenblad wordt met speciale olie ingewreven, de eettafel gaat in de antiekwas, de eetkamerstoeltjes eender. Het hout slurpt alle olie en wassen dankbaar op. Het natuurstenen plateau voor de open haard glimt na een behandeling met natuursteenolie als nooit te voren. Onderwijl zucht ik diep en denk aan al die arme mensen die dergelijke boenwassessies regelmatig doen. Ik heb in mijn Nederlandse huis gelukkig modern meubilair dat genoegen neemt met slechts een sopje. Het klapstuk van deze dag is de teruggevonden kachelpoets. In welke vlaag van verstandsverbijstering ik mij bevond toen ik dat kocht, weet ik niet meer. Het zal wel misplaatste nostalgie zijn geweest. Ik begin vol goede moed de, inmiddels schoongeveegde open haard en de potkachel in de keuken in te smeren. Mijn handen zijn binnen een paar minuten net zo zwart als de inhoud van het potje en als ik klaar ben met insmeren, vraag ik me af hoe ik het nu moet opwrijven. Natuurlijk had ik daar van te voren aan moeten denken, dan had ik met schone handen iets klaar kunnen leggen. Ineens doemt zich een beeld uit een  ver verleden van mijn moeder op. Vrijdag ‘kachelpoetsdag’. Op één of andere manier deed dat karweitje haar humeur weinig goeds. Nu begrijp ik dat volkomen en gelijk weet ik het weer. Je poetst kachels op met kranten. Natuurlijk geven die zwart af, maar dat zie je niet. Ik poets en boen en alles stinkt verschrikkelijk, maar glimt als een spiegel. Wat een rotwerk, maar wat een resultaat! De kachelpoetsresten vormen nog dagen een niet te verwijderen rouwrandje onder mijn nagels om mij aan deze vreselijke klus te herinneren.

 

Sociaal gedrag

Natuurlijk hebben we in Slowakije ook iets van een sociaal leven. Niet teveel, anders gaat het op thuis lijken en moeten we iedere vakantie dagelijks met allerlei mensen afspreken.

Piet en Maaike zien we vrijwel iedere vakantie, maar die wonen ook slechts een ‘bergje’ verderop. We volgen elkaars vorderingen en we proberen altijd een avond te reserveren in ons favoriete restaurant in Detva. Die avondjes staan inmiddels garant voor een heerlijk avondje uit. De werkzaamheden in hun huis schieten al aardig op. Het wordt een paleisje en ik neem me voor om een volgende keer Vincent , als hij weer eens meegaat, mee te nemen.

‘Als jullie zoiets hadden gekocht, had ik jullie echt voor gek verklaard’, zei hij destijds, nadat we voor het eerst een bezoek brachten aan hun opknappertje op. Hij zal het huis niet meer herkennen en stijl achterover slaan van het resultaat.

 

Al aan het begin van deze vakantie maken we kennis met Ed en Thijs. Zij houden zich bezig met het renoveren van Slowaakse huizen. Dus iedereen die na het lezen van mijn verhalen denkt, dat wil ik ook, maar ik wil al die verbouwingsellende niet; die moeten bij hen zijn. Hun internetsite staat bij de links op mijn site. Uiteraard zijn wij nieuwsgierig geworden naar hun plannen met hun eigen huis en zoeken hen aan het eind van onze vakantie op. Ze wonen op een klein uurtje rijden bij ons vandaan, zo dicht bij de Hongaarse grens, dat de Hongaarse telecom maatschappij ons per sms al welkom heet.

Ed en Thijs hebben twee panden naast elkaar. In het ene wonen ze nu en het andere huis is een gigantisch kastiel - een buitenhuis voor de rijken uit vervlogen tijden - dat zij in de komende jaren willen renoveren. Het pad staat al sinds de oorlog leeg en is de afgelopen decennia gebruikt als opslagruimte. Natuurlijk krijgen we een rondleiding door het bouwval. Het is een prachtig gebouw en het is een enorme uitdaging om de grandeur van weleer terug te brengen in dit pand. Buitenom kunnen we ook nog de kelder bezoeken. Ik probeer – mede dankzij mijn aversie tegen ongedierte - hier onderuit te komen en die enorme pad, een echte Dik Trom onder de padden, die op de keldertrap naar me zit te loeren, doet daar geen goed aan. De drie heren staan al beneden en moedigen me aan, maar zij zagen niet dat er achter die pad een klein kikkertje met een enorme sprong ineens een paar treden lager stond. Ik houd de rok van mijn jurk en mijn hart vast en spurt de traptreden af zonder aangevallen te worden door eng springende dieren.

De gewelven zijn inderdaad prachtig en die enorme wijnvaten wijzen op een rijk leven in het verleden, maar ik kan alleen maar denken aan die enorme pad. Daar moet ik nog eens langs. Onder aan de trap zag ik dat hij al iets naar het midden van de trap was uitgeweken en hij loerde vervaarlijk met lelijke kraaloogjes naar mij.  Ik was blij toen ik weer boven stond zonder aangevallen te zijn. Ze zijn banger voor mij… Ja, ja, die heb ik eerder gehoord.

In het najaar gaan we nog eens bij ze langs. Zij komen om in de druivenranken en vlierbesstruiken en wij hebben nog een vrijwel leeg veld. Wij hopen overigens wel dat Thijs zijn aangeleerde Slowaakse gewoonte om onkruid te verbranden even op een laag pitje zet. Hij is tenslotte nog maar een beginnende ‘Slowaak’ en moet nog ‘op’ voor het diploma ‘vakkundig en beheerst een veld afbranden’. Er schijnt nog wel eens iets mis te gaan met zijn platbrandactiviteiten.

 

Een paar jaar geleden maakten we kennis met Mark en Margot. Zij hadden interesse in de oude dakpannen die op onze oude woning liggen en kwamen langs. Die middag breidde zich uit tot een  gezellige avond en, hoewel het met die dakpannen nooit wat geworden is – hielden we af en toe contact en beloofden zeker eens bij hen langs te gaan. Dat moest er nu eindelijk eens van komen, zover zitten ze tenslotte niet bij ons vandaan. Mark en Margot – met hun toestemming gebruik ik hun echte namen – gaan een naturistencamping beginnen. Het zal de eerste naturistencamping in Slowakije zijn. Als alles volgens plan verloopt, kunnen de eerste gasten volgend jaar ontvangen worden. Ook bij hen krijgen we weer een complete rondleiding langs alle gebouwen en het terrein met natuurlijk een uitgebreide uitleg hoe het er straks allemaal uit gaat zien. De locatie van hun camping is werkelijk idyllisch. Het wordt een terrassencamping aan een rustig kabbelend beekje en ze zijn van plan zelf een zwemvijver aan te leggen. Er valt nog een enorme klus te klaren voor ze open kunnen gaan, maar ik hoop van harte dat hun dromen uitkomen. Ze werken er hard voor en het zijn gewoon leuke mensen. Die gun je gewoon succes!. Overigens zijn er bij hen opnames gemaakt door het TROS programma ‘Ik vertrek’. Zodra die uitzending op tv komt, laat ik dat natuurlijk iedereen weten. En onze middagje bij hen eindigde met een barbecue aan de lange buitentafel op hun binnenplaats.

Voor mensen die geïnteresseerd zijn in een vakantie op een naturistencamping in Slowakije, de link naar hun internetsite staat bij mijn links.

En voor de mensen die denken, ‘Hermien jij…’. Nee, ik niet, maar dat hoeft ook niet. Ik hang nog steeds de stelling Leven en laten Leven aan en zolang men elkaar niets opdringt, moet dat toch geen probleem opleveren.

 

Slowaakse planning

 

‘Drie dagen afbreken, een weekje opruimen, de muren afsmeren en de pergola opzetten’, het was ook te mooi om waar te zijn. De mannen waren door omstandigheden al iets later begonnen en aan het eind van onze eerste vakantieweek was het einde nog lang niet in zicht. De ruimte voor het huis was inmiddels, weliswaar zeer georganiseerd, veranderd in een bouwplaats. Overal lagen stapels hout, balken en er lag een enorme berg oud ijzer. Omdat de tweede week Barbra enkele dagen met een vriendin langs zou komen, was die tijd aangewezen voor ‘toeristisch’ – daarover later meer – vermaak. Het weekend was geen probleem en op maandag kwamen de mannen niet, zo lieten zij die zondag ervoor weten. Dinsdags begonnen ze ‘s ochtends, nog voor we buitenkwamen, de kar vol met oud ijzer te gooien en die moest eerst leeg voor we met de meiden weg konden. Even ter verduidelijking, het ging om onze kar en onze auto is in staat om die kar te trekken, dus Eric moest mee. Zo gebeurd, zou je denken, maar in Slowakije ligt dat net even iets anders. Niet als wij dat zelf doen; daar spreken wij te weinig Slowaaks voor, maar als je de taal spreekt, dien je op zijn minst te vertellen waar je vandaan komt, met welke klus je bezig bent en waarom, waar het afval gevonden is en waarom jij je met die klus bemoeit. Of zoiets in ieder geval. Het duurt in ieder geval eeuwen en toen Eric na een tijdje vroeg of er misschien een probleem was met ons afval, keek men hem verbaasd aan. Nee, helemaal niet, alles was dobre, alleen zijn de Slowaken wat lang van stof.


Natuurlijk vroeg Eric Ulli of hij nog meer bouwmaterialen nodig had, want wij zouden die middag met de meiden naar Banska Bystrica gaan. Nee hoor, er was op dat moment niets nodig. Dat klopte op dat moment ook. Halverwege de middag belde hij ons op of we bij de Baumax zoveel mogelijk zakken cement mee konden nemen, anders konden ze de volgende dag niet gelijk beginnen.

Nu had ik hem die ochtend al verteld dat we de meiden op woensdag in Zilina op de trein zouden zetten. Dat is een leuk ritje en even op en neer zou ons bijna de gehele dag kosten. ‘We konden ze toch ook in Zvolen op de trein zetten’, was het antwoord. Ik liet dat langs mee heen glijden, tot hij het herhaalde. Op dergelijke momenten tel ik even tot drie, voor ik zeer beheerst, maar een beetje ijzig antwoord dat ik weet dat ook het nabijgelegen Zvolen een station heeft, maar dat wij afgesproken hadden de meiden in Zilina op de trein te zetten. Ik geloof dat hij toen doorhad dat wij niet om zijn menig en advies gevraagd hadden en daar ook niet op zaten te wachten.

Het telefoontje over het cement schoot me die middag echt in het verkeerde keelgat, maar als volgzame opdrachtgevers lieten we de meiden alleen, gingen naar de Baumax en gooiden zoveel mogelijk zakken cement in de auto.

 

Dit riedeltje herhaalde zich de rest van de week regelmatig. Nu ben ik zelf nogal van de planning en bedenk voor we aan een klus beginnen wat we nodig zouden kunnen hebben. Natuurlijk komt ook dan voor dat er nog tussendoor nog iets gehaald moet worden, maar Eric is die week diverse keren als boodschappenjongen naar beneden gereden om spullen voor hen te halen. Ik heb nog geprobeerd om met hen iets van een boodschappenkluslijst te maken, maar dat is niet de Slowaakse methode en daar moest ik mij bij neerleggen. Dit is natuurlijk dodelijk voor een drammerige regelnicht als ik. Daarnaast  realiseerde ik me dat mijn vrouwelijke inbreng hoogstwaarschijnlijk niet op prijs zou worden gesteld. Sterker nog, het zou wel eens averechts kunnen werken.

 

Met de koffie en thee sessies ben ik snel gestopt. Drie keer per dag voor die gasten de boel klaar zetten en weer opruimen, leek een halve dagtaak te worden. De koffiejuf uithangen is een week ‘leuk’, maar de tweede week was daar voor mij de lol al echt af. Eén keer een thermoskan koffie en thee en een paar flessen water, daar deden ze het maar mee. Dan maar niet aardig!

Ook na de tweede week waren ze nog niet klaar met de werkzaamheden en ondanks dat men wist dat wij in de derde week op donderdag zouden vertrekken, reageerde men verbaasd toen wij hen daaraan herinnerden. De laatste dag van ons verblijf wilde ik zeer beslist geen werkvolk over de vloer hebben en, hoewel ik echt had gehoopt dat ze de derde week helemaal klaar zouden zijn, moesten we hun aanwezigheid ook de laatste week nog tolereren. Daar ging ons laatste beetje hoop op nog iets van een paar vakantiedagen. We besloten die twee dagen niet volledig bij het huis te zijn. Zodra we ons hoofd lieten zien, werden we bestookt met vragen, opmerkingen en dingen die ineens anders moesten. Ik kon er niet meer zo goed tegen en dan druk ik me heel voorzichtig uit.

 

Eric en ik hielden ons tussendoor bezig met de trappen naast het huis en vernieuwden de entree. In het weekend sleepten we ons suf met natuurstenen om naast de oude woning een aantal plantenbakken te maken. Ook zochten we mooie platte stenen uit om te zijner tijd het betonnen paadje voor het huis mee te bestraten. Natuurlijk wilden de mannen dat ook allemaal wel doen, maar dan zijn ze met St. Juttemis nog niet klaar. Bovendien, de uren moeten wel betaald worden en dan worden plantenbakken en onze Via Appia ineens een stuk prijziger. Daarnaast vinden we het zelf heerlijk om lekker opbouwend bezig te zijn. Met die mannen om ons heen kunnen we zelf eigenlijk niet zoveel doen. Zij bepaalden grotendeels onze dagindeling.


Toen, de laatste dag dat de mannen bij ons aan het werk waren wij even weg moesten, de vraag kwam waar wij naar toe gingen, heb ik me omgedraaid en dat Eric laten afhandelen. Hij is daar een stuk makkelijker in. Ik bedacht me alleen hoe ik zou reageren als iemand, die in Nederland bij mij aan het werk zou zijn, dat aan mij zou vragen als ik even weg zou gaan.

Overigens moesten even wat online zaken geregeld worden en daarvoor daalden we even de  berg voor af. Gaf niet, want al snel werden we alweer gebeld of we… mee konden nemen… die waren op.

 

Echt de mannen hebben keihard gewerkt, ik kan niet anders zeggen, en het was beestachtig zwaar werk. Maar van vakantievieren is weinig terecht gekomen. Ik heb in de laatste dagen geroepen, en dat heb ik zelfs gepaard laten gaan met enig vuurwerk, dat nog één keer een dergelijke vakantie, het huis wat mij betreft de verkoop in kan.

 

De toerist uithangen

We hadden het hen en ook onszelf beloofd. Als de meiden er zouden zijn, gingen we leuke dingen doen. Al op het moment dat we ze op gingen halen zagen we vanuit het westen een enorm front over de bergen aankomen. In de eerste week hadden we schitterend weer met af en toe ’s nachts wat regen. Beter kun je het niet treffen. Optimistisch dachten we nog dat het frontje wel over zou drijven. Die avond konden we nog heerlijk op een terrasje eten, maar de volgende morgen was het raak. Het regende, en niet te zuinig ook. Natuurlijk vermaken Eric en ik ons altijd wel en we besloten die middag met de meiden naar het kasteel in Svätý Anton, vlakbij Banska Stiavnica, te gaan. Een voltreffer! Het prachtige kasteel, eigenlijk een manor house,  is mooi gerenoveerd en de architectuur symboliseert met 4 toegangspoorten (4 jaargetijden), 7 arcades (dagen van de week), 12 schoorstenen (maanden), 52 kamers (weken) en 365 ramen (de dagen) de jaarkalender. We namen een rondleiding en niet Slowaaks sprekenden kregen een boekwerk mee in het Engels of Duits. Nu ben ik dol op oude gebouwen, kastelen en paleizen, dus mijn dag kon niet meer stuk. We kregen een stukje – voor mij grotendeels onbekende - geschiedenis mee over de Europese vorstenhuizen in Midden Europa. Natuurlijk gingen er allerlei belletjes rinkelen toen ik de naam Saksen Coburg hoorde, immers diverse huidige Europese koningshuizen hebben nog banden met deze oude dynastie, maar de naam Kohary was mij volledig onbekend. In de kelders was een museum waar onder andere allerlei jachtattributen werden tentoongesteld. Ik ga hier niet teveel over vertellen om het jagen niet te promoten, maar toen ik een opgezette bruine beer zag, moest ik er wel even mee op de foto. Dood en opgezet zijn ze tenslotte niet gevaarlijk.


Die avond kregen de meiden Eric zover dat hij de door mij zo zorgvuldig schoongemaakte en opgepoetste haard aanmaakte. Ze hadden het koud! Niet te geloven, eind juli en dan de haard aan. Zo koud was het overigens niet in huis. Eric en ik zaten onder het open raam om niet helemaal weg te smelten.

 

De volgende dag wilden we de grotten bezoeken. Ik liep me al weken te verheugen op de ijsgrotten van Dobsina en de aragonietgrotten van Ochtina en we besloten de toeristische route er naar toe te nemen. Dan zie je ook nog eens wat van de omgeving nietwaar. Iets voorbij Brezno, een plaats aan de voet van de Lage Tatra, werden we aangehouden door de politie. Eric had een bordje 50 over het hoofd gezien en reed wel 17 kilometer te hard. Oei! Die agent begon met de vraag of we Engels spraken en dan zijn wij zo dom en eerlijk om gelijk volmondig ‘ja’ te zeggen. Eric moest dus even meekomen en kreeg een lijst onder zijn neus geduwd dat we eigenlijk € 100,00 voor een dergelijke overtreding moesten betalen, maar hij matste ons en deed het voor  € 50,00. Logisch, want ze mogen maar tot  € 67,00 contant innen bij boetes. Ik wilde natuurlijk wel een betalingsbewijs uit zijn bonnenboekje. Voor het geval hij dacht het geld in eigen zak te kunnen steken en ons alsnog via post – jawel, in Nederland is men zo braaf dat men de bekeuringen uit het buitenland wel keurig doorstuurt – een tweede bekeuring te sturen, waren wij hiervoor ingedekt. Overigens verdacht ik die agenten ervan speciaal voor deze verkeerscontrole een bordje 50 buiten Brezno te hebben geplaatst. Zo maak je van iedere verkeerscontrole een succes.

Pech dus, maar we lieten ons niet ontmoedigen en reden door naar de grotten. Het was uiteindelijk een behoorlijk stuk rijden, maar toen we aankwamen, was het gelukkig redelijk rustig op de parkeerplaats. Niet zo gek ook, want op maandag is de grot gesloten. En het was maandag…. We probeerden het nog een keer bij Ochtina, maar daar was het al niet veel beter.

Het is overigens opmerkelijk dat als je dit verhaal vertelt, hoeveel mensen zich ineens herinneren dat op maandag de meeste toeristische attracties in Slowakije gesloten zijn. Dat hadden we graag eerder willen weten. We hebben toen maar geluncht in Roznava en daar wat rondgelopen. Kerken waren er voldoende, en nog geopend ook, maar de meiden hadden in Praag al de nodige kerken bezocht en hadden daar een vreemdsoortige allergie voor opgelopen.

Op de terugweg vond ik dat we alle reden hadden voor een troostijsje. Deze vakantie stond er voor het eerst een piepklein ijskioskje in Hrinova, vlakbij allerlei zaken waar we regelmatig moesten zijn. Ze verkopen er versgemaakt Italiaans ijs en dat is lekker. Minuscule stukjes fruit in het ijs verraden de versheid van de gebruikte producten. En dat voor een kwartje per bolletje… Heerlijk. Ik heb er veel van genoten deze vakantie. Ik moest toch ergens van genieten. En omdat we toch langs Hrinova reden konden we best even bij de ijskiosk stoppen.

 

De laatste dag dat de meiden er waren zijn we in Banska Bystrica geweest. Barbra vind het shoppen in het nieuwe Europa Centrum altijd een must en gelukkig hebben ze daar net die ene jeanszaak… Je snapt het al; het kostte ons geld. Het regende die dag weer en dan is zo’n overdekte shoppingmall wel handig. ’s Avonds hebben we nog gezellig in het keldertje onder de apotheek aan het plein in het centrum gegeten. Ook hier waren we al eerder en de gewelven van deze kelder zijn prachtig beschilderd met allerlei eigentijdse fresco’s .

’s Woensdags hebben we ze op de trein gezet in Zilina. We vonden dat een goede reden om deze plaats te bezoeken en deels de route te rijden die we de allereerste keer in het aardedonkere Slowakije hebben gereden. Die route is mooi en van Zilina waren wij niet onder de indruk. Dat kan komen omdat het nog steeds regende natuurlijk.

Op de weg naar huis werd het, een kilometer of dertig voor ons huis, ineens droog en de rest van de vakantie hebben we redelijk tot mooi weer gehad.

 

Mopperdag

Dat zat er natuurlijk aan te komen, een onvervalste mopperdag. In de meeste vakanties ben ik druk bezig met het verder verfraaien van ons huis, bijgebouwen en tuin. Deze vakantie werd ik hierin redelijk beperkt door de aanwezigheid van de werklui. Vijf kerels en één vrouwelijke ‘ik’, is natuurlijk geen leven. ‘Mag ik naar het toilet, mag ik een vuilniszak, mag ik water, koffie…’ en het constante gepraat kwam me mijlenver de keel uit. De rust waar wij Slowakije zo om roemen was rond ons huis ver te zoeken. Zelfs op mijn gemak op het terras zitten met een boek kwam er niet van. Zodra één van ons ’s ochtends het gezicht buiten liet zien, begon het al. De laatste vrijdag ben ik aan het ramen zemen geslagen. Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik de voorgaande jaren Barbra met dat klusje opzadelde in ruil voor een middagje shoppen in het Europa Center, maar dit jaar was het shoppen er wel van gekomen en het zemen niet. En met al dat stof dat tijdens de sloop vrij was gekomen, was een zeembeurt geen overbodige luxe..

Nu is ramen zemen geen hobby van mee. Met die draai-kiep ramen kan ik weliswaar overal makkelijk bij, maar ik was een eeuwigheid bezig. Ondertussen liep ik mezelf op te vreten. ‘Wat dachten ze wel, dat ik alleen maar diende als koffiejuf en poetsvrouw. Pff, dan kan ik net zo goed thuis blijven. En als je dan nog eer van je werk zou hebben. Met schilderen ziet iedereen dat je wat gedaan hebt. Na een sessie boenwas krijg je hooguit ‘wat stinkt die zooi’ te horen. Vuilniszakken kunnen ze ook aan Eric vragen, waarom moet ik alles laten vallen voor dergelijke onzin.’ Grote kans dat Eric vervolgens aan mij zou vragen waar de vuilniszakken liggen, maar dat terzijde.

Ik ben in staat om mezelf op deze manier helemaal op te fokken en als ik bijna klaar ben met de ramen, neem ik een ferm besluit. Ik ga naar buiten in mijn schildersplunje en ga alle balken schilderen en dat bepaal IK! Het kan me niet schelen wat ze er van vinden, maar als die balken alvast geschilderd zijn, kunnen ze later sneller werken. Blijkbaar geeft mijn houding aan dat ik geen tegenspraak duld en de mannen leggen de balken keurig voor me neer. Het hele spul moet in een soort bruinoleum, zodat de antieke eiken balken uit de oude woning nog jaren mee kunnen als pergolapalen. Ik smeer bus één leeg en als ik net met bus twee bezig ben, gooi ik mijn eigen pot om. Welja, dat kan er ook nog wel bij. Ik vloek… niemand die me verstaat, behalve Eric, en niemand heeft het lef om op dat moment mij te benaderen. De balken zijn klaar en verder wil ik daar niets meer over zeggen, maar toen Piet en Maaike aan het eind van de middag ineens voor onze neus stonden en Maaike me toe fluisterde dat ze een fles Fernet in de tas had zitten, was ik haar erg dankbaar. Dat was het enige dat mij die dag nog uit een dip kon halen. Overigens, lekker spul dat Fernet. Ik kende het  niet, maar een mens prijst zich gelukkig met vrienden die èn Fernet kennen èn er op het juiste moment mee aankomen.


 

De laatste dag

In alle rust konden Eric en ik de laatste dag nog een beetje in en om het huis rommelen. Doordat ik de afgelopen weken al veel gepoetst had, was ik in huis snel klaar met opruimen. De werklui hadden al het nodige opgeruimd rond het huis en de rest hebben we de laatste dag gedaan. We hebben de nieuwe plantenbakken afgedekt met zeil en hopen op die manier te voorkomen dat die in de herfst vol staan met onkruid. Alle aanwezige grindfolie hebben we uitgelegd, zodat we precies konden opmeten hoeveel we nog nodig hebben voor de buitenkeuken en zo is die laatste dag toch weer snel voorbij.

Ulli en zijn mannen dachten nog drie dagen nodig te hebben om hun werkzaamheden aan de buitenkeuken af te ronden. Wij hebben met hem afgesproken dat zij dit voor onze komst eind september zullen uitvoeren. Dit lijkt ons een prima oplossing. Eind september gaan we weer en dan willen we zelf klussen, rust en mooi weer. 

 

Wij hebben afgelopen vakantie veel geleerd; o.a. dat het niet handig is om een hele vakantie door te brengen met werklui en dat wij – ondanks dat wij van gezelligheid houden - toch erg gesteld zijn op een stukje privacy. Het was een goede leerschool en ondanks dat er nog een aantal grote klussen op stapel staan, zullen we dat in de toekomst toch iets anders inplannen, zodat er voldoende ruimte overblijft om ook te kunnen genieten van de rust en ruimte die het land ons biedt.

 

Leipzig

 

Omdat de heenreis via Praag zo voorspoedig verlopen was, besloten we ook via Tsjechië weer naar huis te rijden. De vraag was natuurlijk waar we een overnachting zouden plannen. Natuurlijk konden we dat aan het lot overlaten en zien waar we terecht zouden komen, maar wij besloten een overnachting in Leipzig te boeken. Enige parate kennis over deze stad schoot ons niet direct te binnen, maar Leipzig klonk leuk en we lieten ons verrassen.

Ook dit keer boekten we een hotel in het centrum van de stad. Na een dagje auto is het heerlijk om tijdens een stadswandeling even de benen te strekken. Onze eerste indruk van Leipzig was dat het een on-Duitse stad leek te zijn. De mensen waren ‘anders’. In ieder geval anders als in andere Duitse steden. ‘Een studentenstad, misschien’, opperde ik, ‘of in ieder geval een stad met een kunstacademie.’ We wisten even niet wat we van de stad moesten vinden. Er was veel betonwerk in het centrum. Leipzig ligt natuurlijk dicht bij Dresden en die stad is in de oorlog platgebombardeerd. Leipzig zal ongetwijfeld daar iets van meegekregen hebben en al die jaren communistisch regime zal zeker geen positieve bijdrage aan de wederopbouw van de stad geleverd hebben. Af en toe vonden we mooie oude doorgangen met exclusieve en kunstzinnige winkels. In één van deze oude doorgangen zagen we een leuk restaurant in de met enkele beelden voor de trap naar beneden. Deze beelden trokken nogal wat bekijks, een reden voor ons om ze goed te bekijken. Het bleek dat het ondergelegen restaurant als decor gediend heeft bij Goethe’s meesterwerk Faust. In zijn studiejaren in Leipzig was deze kelder de stamkroeg van Goethe. Bij binnenkomst merkten we aan het aanwezig publiek dat we inderdaad in een universiteitstad zaten en dat we midden in een periode van Summer courses zaten. Een vrouw met VOPO achtige uitstraling bracht ons naar een tafeltje in het midden van het immens grote restaurant, vanwaar we goed zicht hadden op de overige tafeltjes. Het was een heerlijk vermaak om alleen al te raden wie voor welke studie hier aanwezig was of aan welke faculteit met doceerde.

Overigens hebben we heerlijk gegeten in Auerbachs Keller. Een aanrader! Na het eten liepen we nog even rond en,  hoewel we wel enkele leuke gebouwen zagen, waren we niet zo onder de indruk van de sfeer in de stad. Het leek leeg en saai, en dat op deze zomeravond, totdat we geheel toevallig in een bijzonder leuk straatje vol kleine cafés en restaurantjes. Live muziek schalde door het straatje en alle terrassen zaten bomvol. Met enige moeite wisten we twee stoelen te bemachtigen om vervolgens op te gaan in de levendige gezelligheid van deze straat.

Onze conclusie; Leipzig lijkt een saaie stad, maar is het zeer beslist niet.

 

Weer thuis

 

Het is nu eind augustus en Ulli belde vorige week keurig op om de prijs van de dakpannen door te geven. Ik heb het geld overgemaakt, zodat hij ze kon bestellen. Het is de bedoeling dat ze deze week beginnen met de afrondende werkzaamheden. Afgelopen weekend vroegen we ons af hoe vaak hij nu zou bellen of sms’en. Wij zijn nu immers niet lijfelijk aanwezig! Maandagochtend half tien ontvangen we het eerste sms’je. Of we hem even willen bellen.

Hoewel we aan het eind van de vakantie alles goed doorgesproken hadden en op de dakpannen na, het benodigde materiaal hadden aangeschaft, bleek de hoeveelheid zand die wij aan het eind van de vakantie hebben laten komen, toch niet voldoende te zijn…

Drie dagen werk zei Ulli afgelopen vakantie, en dan zouden ze helemaal klaar zijn. Wij zijn benieuwd, want werk en materiaal inschatten is niet zijn sterkste kant. Ze zijn in ieder geval nu bezig en we hebben goede hoop dat de basis van onze buitenkeuken klaar is als wij eind september weer naar Slowakije gaan.

 

April 2010

 

In het voorjaar begint het te kriebelen. We willen naar Slowakije. Ervin heeft na onze laatste vakantie niets meer van zich laten horen. Hij heeft blijkbaar geen mensen kunnen vinden die de oude woning voor ons kunnen afbreken. Nu hebben we wel voor hetere vuren gestaan in Slowakije, maar hoe lossen we dit nu weer op? Zelf afbreken zien we niet zitten. We zijn er iedere keer te kort om een grote klus als deze in één vakantie te klaren.

Ik spreek mijn Slowaakse netwerk weer eens aan en zowaar komt er een naam uitrollen. Een Duitse meneer, Ulli, die al jaren in Slowakije verblijft, schijnt regelmatig voor anderen te werken en goed en gedegen werk te leveren. We spreken met hem af dat hij op de dag van onze aankomst bij ons langs komt om de werkzaamheden door te spreken.

 

 

Ruim zes maanden na onze laatste vakantie rijden we eind april weer richting Slowakije. Thuis heb ik de nodige planten en struiken verzameld om uit te zetten in de tuin en op het veld. In onze aanhanger staat een tweedehands balkmaaiertje, waarmee we het onkruid en koren op het veld professioneel te lijf willen gaan. De zeis is een prachtig stuk gereedschap, maar uit eigen ervaring weet ik dat het veel menselijke energie kost om daarmee een veld te maaien. Natuurlijk zijn we benieuwd hoe alles erbij staat en… hebben we water? Het debacle van vorig voorjaar met de bevroren leidingen staat ons nog vers voor ogen.

 

Op verzoek van onze kinderen loop ik tijdens de eerste inspectie met een videocamera door het huis. Zij vinden het bijzonder vermakelijk om onze ‘tegenslagen’ in Slowakije thuis op de bank te bekijken. Helaas voor hen, dit jaar geen spuitend water in de badkamer, alleen een pomp die haperde en een vader die scheldend ‘tig’ keer de berg op en neer loopt. Dat vonden ze overigens ook grappig.

Diezelfde dag nog komt Ulli langs en samen met Eric inspecteert hij de oude waterpomp. De heren komen tot de conclusie dat daar komende zomer iets aan gedaan moet worden. Iedere vakantie met water- en pomp opstartproblemen beginnen, is in ieder geval niet goed voor ons humeur en onderlinge relatie.

Ulli bekijkt de oude woning en daar waar Slowaken allerlei problemen zagen vanwege onze eisen – wij willen de eikenhouten balken en planken heel houden – ziet hij geen problemen. Zelfs het ‘betonnen’ dak van de varkensstal, waar de Slowaken bij stond te zuchten, is geen probleem. ‘Alles kann kaput’, zegt hij. Kijk, dat is klare taal, daar kunnen we wat mee!

 

Enkele dagen later schaffen we een nieuwe waterpomp aan. Het oude ding bleef, tot onze grote ergernis, haperen. Samen met Ulli vervangt Eric de pomp en Ulli maakt gelijk de oude bron schoon. Er liggen twee dode muizen – iieeuw - in de bron. Ben ik blij dat ik dat water nooit heb gedronken. Een aftreksel van muizenwater voor alle overige waterzaken is al erg genoeg. Overigens zit mijn haar in Slowakije wel altijd beter. Zou dat dankzij het muizenwater zijn?

Komende zomer wordt de rand van de put vernieuwd en dan zijn we weer jaren van helder en schoon water verzekerd.

Thuis denk ik er eigenlijk nooit over na.  Ik draai de kraan open en verwacht dat er schoon water uitkomt en hoe dat van de bron naar mijn huis komt is niet mijn zorg. Het is goed om er af en toe bij stil te staan dat zaken als schoon water uit de kraan niet altijd even vanzelfsprekend is.

 

Van de kinderen horen we dat het weer rond Koninginnedag in Nederland een beetje regenachtig is. Wij hebben daar de eerste dagen geen last van. Het is heerlijk weer om te tuinieren en ik maak kliederige smeerseltjes om de gaten in de muren van de grote schuur te dichten. Het is net kleien. Heerlijk! Eric loopt intussen in en uit met allerlei planken om de lambrisering af te maken en als hij daarmee klaar is, hanteer ik met mijn gebruikelijke flair de schilderskwast om het geheel af te lakken. Het resultaat is verbluffend en we vinden onszelf een stel topklussers.

 

Alle meegenomen planten en struiken krijgen weer een mooie plaats op het veld toebedeeld. Van de eerder geplante bomen is op afstand nog steeds weinig te zien. We hebben het idee dat het wild zich regelmatig te goed doet aan onze jonge aanplant. Ik heb nu bamboe geplant en in de verte zag ik al herten en wezels met mes en vork rondlopen om, zodra wij onze hielen lichten, aan te vallen op het malse groen. 

Direct achter ons huis is een jonge boom behoorlijk toegetakeld. Volgens mij door een hert, maar Eric denkt dat het - gezien de aard van de beschadigingen - een beer geweest moet zijn. Nu overdrijf hij natuurlijk. Een beer onder mijn badkamerraam, tsss… Alhoewel, er komen beren voor in Slowakije. Het kan dus wel!

 

De oude buurvrouw van het laatste huis komt ook weer langs om een praatje te maken. Ze is geheel in het zwart gekleed en kijkt droevig. Prompt begint ze weer over ‘umriet’ en de schrik slaat me om het hart. Ben ik straks weer een hele vakantie bezig om uit te vinden wie, wat en hoe iemand is doodgegaan. Ze tovert enkele foto’s uit haar handtas tevoorschijn en laat een foto van haar zoon zien. Haar zoon is een grote forse man met een opgeblazen rood hoofd. Dagelijks propt hij zijn enorme lijf in een aftandse kleine Lada en rijdt diverse keren langs ons huis om zijn moeder te bezoeken. Het zal toch niet waar zijn?

Ik informeer later bij Irena of zij hier iets vanaf weet. De vorige keer kon zij mij niet verder helpen, maar dit keer is ook zij op de hoogte van deze nare verwikkelingen. De zoon van onze oude buur was een alcoholist en na een flink drankgelag is hij lopend de berg op gelopen. Bij de kruising is hij voorover gevallen en gestikt in zijn eigen braaksel. Volgens Irena komt het hier vaker voor dat mensen dronken op straat vallen en het mag volgens haar een wonder heten dat er niet vaker dronkenlappen in het donker overreden worden.

Toen wij net in Slowakije kwamen werden wij al gewaarschuwd voor het goedkope, zelfgestookte bocht dat de mensen hier maken. Het zou gaten in je hersenen slaan, werd ons verteld om aan te geven hoe slecht en sterk die zelfgestookte rommel is. Natuurlijk is het in Slowakije verboden om zelf alcohol te stoken, maar op het platteland schijnt men er zich weinig van aan te trekken. Tel daarbij het vaak troosteloze bestaan op en je begrijpt waarom sommige mensen te vaak naar de fles grijpen. Triest, heel triest en een zo mogelijk nog triester einde van een triest leven is vaak het gevolg. En de arme moeder van die man moet het nu zonder zijn dagelijkse hulp stellen.

 

De buurhonden beginnen ons nu echt te kennen. Eric vinden ze nog steeds eng, maar ik krijg een warm welkom van Rita en Bingo. Leve de hondenkoekjes. Rita is de lellebel van de buurt, want zoals ieder voorjaar loopt ze ook nu weer rond met een dikke buik. De laatste dag van ons verblijf kan ik haar vier puppy’s bewonderen, maar durf niet te vragen of deze hondjes mogen blijven. Vorig jaar waren ze ineens verdwenen. Dood, gebaarde Andrea, ons buurmeisje, destijds.

 

Ook dit keer worden we bij de buren uitgenodigd. Ze spreken geen woord Engels of Duits, dus de conversatie verloopt altijd een beetje moeizaam. Eigenlijk hebben we geen zin om te gaan, want een avondje stompzinnig naar elkaar grijnzen is nou niet direct ons idee van een gezellige avond, maar een uitnodiging afslaan is ook niet echt handig.

Bij aankomst liggen de vette worsten op de BBQ en wordt in een rap tempo koffie, een borrel, een glas bier en limonade voor ons neergezet. Niet na elkaar, maar alles tegelijk. Die borrel laat ik staan. Daar trap ik niet meer in, want dan vullen ze het glaasje telkens bij, die ik vervolgens uit beleefdheid leeg moet drinken. Zita drinkt zelf geen alcohol, dus vind ik niet dat ik die sterke rommel hoef te drinken.   

Ook Zita’s broer en dochter Karina’s vriend zijn aanwezig. Na enkele borrels begrijpen de heren elkaar steeds beter. Uiteindelijk verloopt de avond heel gezellig. Broer slaat me, bij ieder grappig bedoelde opmerking die hij maakt, op MIJN knieën. Heel handig, want daardoor weet ik wanneer ik moet lachen. Buurman is blij dat hij veel kan eten, wij zijn blij dat we al gegeten hebben en ze ons de vette worst niet opdringen. We hebben we het allemaal reuze naar ons zin!


 

De laatste dag gaan we met Irena naar de Fujara bouwer, waar ik in de herfst ben geweest. Ik vind dat Eric met eigen ogen moet zien wie die dingen maakt en hoe sommige Slowaken, zelfs van onze leeftijd, op het platteland leven. Intussen regent het ook bij ons. We treffen – ongeveer een kilometer van ons huis - geen opgeruimd en bestraat erf aan, maar een modderige uitdragerij waar twee smoezelige hondjes blij zijn met de aandacht die ze van ons krijgen. Beleefd doen we bij binnenkomst onze met modder besmeurde schoenen uit, maar daar willen ze niets van weten. Stel je voor dat we koude voeten krijgen.

In een soort aangebouwde erker van het type ‘wanstaltige aanbouw’, showt de man de ene Fujara na de andere en speelt op ieder instrument een riedeltje. Uiteindelijk bepalen we onze keuze en worden eigenaar van een mahoniekleurige Fujara. Natuurlijk kunnen we niet weg zonder koffie gedronken te hebben. In hun Slowaakse keuken, waar de schoenen op een open klep in de oude antieke haard staan te drogen, staat een gammele keukentafel met een vergeeld, craquelé tafelzeiltje, een plank aan de muur dat ruimte biedt voor drie zitplaatsen en een paar gammele keukenstoeltjes. Het aanrecht oogt een stuk moderner dan wat wij destijds in ons huis aantroffen, maar naar Nederlandse maatstaven is deze al enige decennia rijp voor de sloop. De koffie is gewoon goed, alleen vergeet ik weer eens dat het echte Slowaakse koffie is waar het drab onder in het kopje zit. Het levert mij een mond vol koffiedik op en werk dat maar eens op een nette manier weg. De enige optie is doorslikken en de rest van de dag stuiteren van energie dankzij een giga shot cafeïne. Dat komt goed uit, want een laatste dag moet er nog van alles gedaan worden om het huis weer netjes achter te laten.

En voor wie niet weet wat een Fujara is; heb je wel eens van een Didgeridoo gehoord? Dat is precies hetzelfde en dat staat nu bij mij in de woonkamer. Ik krijg er geluid uit, maar het lijkt echt nergens naar.


 

Als we vrijdagochtend wegrijden zegt Eric bij het kruispunt dat we nog even moeten omkijken. Als alles volgens planning verloopt, zullen we bij aankomst in juli dit beeld niet meer te zien krijgen. De oude woning voor ons huis zal tegen die tijd deels door Ulli gesloopt zijn. We blijven positief en hopen dat we dit keer iemand hebben gevonden die zijn afspraken nakomt. En dan beginnen we met de inrichting van onze buitenkeuken…

 

 

December 2009

 

En zo stonden we op een vroege zondagochtend klaar om af te reizen naar Slowakije. Huis schoon, koelkast leeg, alles nog even nalopen voor het vertrek en dan de auto in. De hond is zenuwachtig en blaft blij als we eindelijk aangeven dat ook hij mee mag. Het is een paar uur eerder gaan sneeuwen en we komen in – voor Nederlandse begrippen zeker – barre weersomstandigheden terecht. Al voor Nijmegen besluiten we huiswaarts te keren. Dit is geen doen. Thuis sturen we een bericht naar het hotel in Praag, waar we de eerste twee nachten zouden verblijven, om te annuleren. We bespreken een tafeltje in een plaatselijk restaurant, want thuis is de koelkast leeg. De volgende dag kopen we een kerstboom, bestellen de kalkoen en brengen het huis in kerstsfeer. Het is niet zoals we van plan waren de kerst door te brengen, maar als we later vernemen dat de weersomstandigheden in Oost-Europa, dus ook in Slowakije niet echt goed waren, prijzen we ons met deze verstandige beslissing, al vinden we het erg vervelend dat we nu pas eind april weer in Slowakije zullen zijn.

 

 

September 2009

 

Als je eind september een weekje in Slowakije doorbrengt, kun je het qua weersomstandigheden heel goed treffen. Twee jaar eerder had alleen ik het genot ondervonden van een weekje prachtig nazomerweer in Korytarky. Ondanks de verbouwingsellende van destijds genoot ik volop van het mooie weer en de prachtige verkleuringen van de natuur. Helderblauwe luchten en in herfsttinten getooide bossen tegen een berghelling geven een landschap een adembenemend en kleurrijk aanzicht. Omdat de kinderen dit keer niet mee zouden gaan, besloten we eind september/ begin oktober onze laatste klusweek in te plannen en zo samen nog even te genieten van een paar heerlijke nazomerdagen. Bij aankomst was het inderdaad prachtig weer, maar de verwachte kleurrijke herfsttooi van de bomen was amper te zien. De meeste bomen droegen nog steeds

een groen bladerdak.

 

In de laatste week van de zomervakantie hadden we met Ervin geregeld dat er een ploeg werklieden klaar zou staan om de oude woning af te breken. Alles was in kannen en kruiken, tot een week voor ons vertrek. De werklieden vertrokken naar Engeland om daar meer geld te verdienen. Wij dachten toch dat we goed voor de klus betaalden, maar waarschijnlijk bleef er ergens iets ‘aan de strijkstok’ hangen. In Engeland kregen ze zelf beter betaald. Jammer voor ons, maar zo langzamerhand beginnen we er aan te wennen dat klussen pas echt gedaan worden als de ploeg daadwerkelijk aan de slag gaat en wij nog niets betaald hebben. Op die manier zijn we verzekerd dat zij terugkomen om de klus af te maken. Ervin komt nog wel met andere opties, maar degene die hij uiteindelijk meeneemt, voorziet bergen problemen in het platgooien van een oud huis en wil alles met een grote shovel platgooien. Tja, zo kan het ook, maar dan liggen alle oude dakpannen aan puin en blijven mijn innig gewenste natuurstenen muurtjes niet overeind staan. Nadat hij onze wensen heeft aangehoord, kijkt hij erg bedenkelijk en slaat aan het rekenen. Ik voel de bui al hangen en voorzie tijdrovende discussies over de werkzaamheden en prijzen op zijn Slowaaks, dus vragen we hem of hij in deze week kan beginnen met de werkzaamheden. Nee dus, en door ervaring wijs geworden hebben we dit project tot het voorjaar uitgesteld. Wij willen zeker in het begin van de werkzaamheden bij de sloop aanwezig zijn, anders gebeurt het niet zoals wij het willen. We wachten de offerte maar weer af.

De buurvrouw kwam overigens met het voorstel er een buurtproject van te maken. Haar man, Eric, zij en ik… Zie je het voor je, wij met onze blanke handen zonder eelt? En over onze ruggen maar niet te spreken. Maar als de buurman een ploeg sterke kerels weet te regelen… Hij heeft een oude Tatra vrachtwagen achter het huis staan en die dingen zijn beresterk. Dat huisje gaat eens plat, alleen wanneer weten we nog niet.

De oude buurvrouw van het laatste huis komt de eerste dag voorbij en begint een praatje. Sinds ik in onze vakanties eens per week op de hoek ga staan voor de bakker, ben ik opgenomen in de gemeenschap. Zij vertelt mij een met een ernstig gezicht een nieuwtje. Aan haar gezicht zie ik dat het iets ernstigs is. Ik ‘ach en wee’ een beetje mee en baal er stevig van dat ik de taal niet beter beheers. Ze noemt telkens een naam, het woord ‘umriet’ valt regelmatig en ze gebaart dat er iemand op de grond ligt. Als ze doorloopt, pak ik het woordenboek, want dat er iets ernstigs is gebeurd, is me wel duidelijk. ‘Umriet’ betekent dus sterven. Ik schrik me rot, want noemde ze niet de naam van ons buurmeisje?

 

De volgende dag beginnen we met onze lambrisering. Dat wil zeggen, ik ga verder waar ik afgelopen zomer gestopt ben en zet alles in de grondverf en Eric zaagt en timmert dat het een lieve lust is. Ondertussen bedenk ik telkens allerlei scenario’s over het buurmeisje. Wat zou de oude buur bedoeld hebben? Bij gebrek aan internet en kranten slaat mijn fantasie compleet op hol en ik verzin de meest waanzinnige verhalen. Laat in de middag zie ik Andrea, ons buurmeisje, uit school komen. Zij leeft dus, maar wat is er dan aan de hand? Het verhaal laat me niet los en dankzij de mentale rust ontstaan er diverse oplossingen voor de ‘umriet’ puzzel. Mijn gedachten dwalen tijdens het schilderen regelmatig af en ik voel niet dat de zon mijn niet beschermde huid zwaar rood kleurt. Wie denkt er nu in september aan insmeren?

 

De dagen erna breng ik door op het veld. Eric is bezig met de lambrisering en ik kan pas schilderen als hij klaar is. De buurman heeft de rest van ons veld na onze vorige vakantie gemaaid en platgebrand en ik plant enkele meegebrachte jonge stekken. Nu maar hopen dat ze de winter overleven. Hoewel de meeste bomen de vorst wel verdragen, zijn ze natuurlijk voor het wild op het veld een lekker mals maaltje. Sommige bomen worden - alvorens ze tot volle wasdom komen - met wortel en al uit de grond getrokken om al het wild de winter door te helpen. Als ze nou even zouden wachten, hebben ze over een paar jaar heerlijk vruchtdragende bomen en bessenstruiken. Maar ja, als ze nu niet eten, zijn ze over een paar jaar verhongerd, dus vreten nu wat ze nodig denken te hebben.

Eén van de laatste dagen ga ik met een krat de boomgaard in. Dit keer zijn we op de juiste tijd in Slowakije en kunnen de walnoten geoogst worden. Ik weet absoluut niet wat ik met deze oogst moet doen, maar alleen al het idee dat ik mijn eigen walnoten en pruimen sta te oogsten maakt van mij een gelukkig mens.


 

De lambrisering is een giga klus. De muren zijn natuurlijk zo scheef als wat en overal moeten passtukjes gezet worden. Voor ons vertrek zit de eerste laklaag erop en als we de troep opruimen, zien we ineens een poep chique gang ontstaan. Het trappenhuis is een klus voor de volgende vakantie. Dat gaat deze week niet meer lukken.


De laatste dag ben ik met Irena naar het gemeentehuis van Podkrivan geweest. De vergunning voor de sloop van de oude woning is inmiddels voorzien van alle benodigde stempels en dat moet opgenomen worden in de gemeentelijke archieven. Op de terugweg moest ze nog even bij een buur wat ophalen en daarna ben ik met haar naar een Fujara (lijkt op een didgeridoo) speler en maker geweest. Dat woont zomaar op onze berg. Ik heb Eric nu zover dat we de volgende keer samen naar die man toegaan. Ik wil er gewoon één zelf hebben.


En toen was de week alweer om. De lambrisering is op de begane grond klaar en is al één keer afgelakt. Het is dat het plafond te laag is, anders zou ik er zo een kroonluchter bij hangen.

Met de kerst mogen we hier niet klussen, hebben we met onszelf afgesproken, maar volgend voorjaar klussen we weer verder.
En het ‘umriet’ verhaal? Ik denk dat ik de oplossing weet, maar dat is een verhaal apart. Ik heb al mijn verzinsels inmiddels opgeschreven. Voor de liefhebber!




 

 

Zomer 2009

 

Waar halen we de spullen toch vandaan? Het lukt ons iedere keer weer om de aanhanger helemaal vol te krijgen. Oké, dit keer namen we een bedbank, die hier overbodig is, mee voor de nieuwe logeerkamer en kilometers MDF planken voor de lambrisering. Hoewel MDF in Slowakije gemaakt wordt, zien we het nergens bij houthandelaren of bouwmarkten. Daar is alleen maar ‘echt’ hout te koop. MDF heeft een paar goede eigenschappen die voor een vochtig, regelmatig leegstaand, huis goed van pas komen. Nu gaan we deze vakantie niet met de lambrisering beginnen, maar ik kan natuurlijk tussendoor wel alvast alle planken aan beide zijden in de grondlak zetten. In het najaar kan Eric dan direct aan de slag.

 

De eerste dagen van onze vakantie brengt Eric op zolder door en binnen twee dagen is de logeerkamer omgetoverd tot een prachtige, een tikkeltje oubollige, kamer. Uit de nalatenschap van mijn ouders heb ik toch nog wat mooie wandversiering kunnen vissen en het grote vloerkleed dat ik vroeger zo verfoeide, staat hier prima.

Het kleine kleed eigent onze hond Floyd zich toe en krijgt een vaste plaats op de gang tussen de voorste slaapkamers. Meneer vindt de tegels te hard en te koud.

En ik, ik ben op het veld. De buurman heeft mijn zeis geslepen en geklopt, zodat het ding vlijmscherp is. De buurvrouw geeft een demonstratie en dan ga ik aan de slag. Zo’n 8000 vierkante meter koren maaien. Een peulenschil dacht ik, dat deed mijn opa vroeger ook en die was al oud. Ik kan jullie verzekeren dat ik mezelf al snel tegenkwam. Mijn scheenbenen zagen er na een ochtend uit alsof ze met scheermesjes bewerkt waren en de hitte op het veld was moordend. De tweede dag sta ik op met een flinke spierpijn. Desondanks sleep ik mezelf vroeg in de ochtend naar het veld met een fles water. Op dat tijdstip is het zalig op het veld en ik beeld me in dat het een goede work out is. In ieder geval werk ik de spierpijn er weer uit.

Na een week komt Vincent met zijn vrienden een week logeren. ‘Cool’, ‘gaaf’, merken de jongens op toen ze over het werken met de zeis hoorden. Dat wilden zij ook en ik hield ze niet tegen. Integendeel…

 

Natuurlijk nemen we het ervan in die week. We gaan dagje naar Banska Bystrica. De kids willen graag naar de nieuwe shoppingmall en lunchen in het centrum van Banska is altijd gezellig. Daarna rijden we nog even door naar Donovaly. ’s Winters is dit een gerenommeerd skioord dat zich qua pistes en voorzieningen kan meten met de West Europese skigebieden en in de zomermaanden kun je hier allerlei zomersporten doen. Bij onze jongeren is de rodelbaan favoriet en al snel zit het hele spul in de rodelslees.

 

Een paar dagen later gaan we naar Kosice. Deze plaats staat hoog op ons verlanglijstje en ook onze gasten zijn wel te porren voor dit uitstapje. We besluiten op de heenweg  binnendoor via Detvianska Huta en Rosnava te rijden. Een goede keuze, al duurt de reis wel lang. Onderweg zien we dorpjes waar de tijd stil is blijven staan en waar de coca cola reclame nog niet is doorgedrongen. De wegen tussen de dorpjes zijn goed en erg stil. Af en toe komen we een auto tegen. Wonderlijk eigenlijk dat op deze afstand van Nederland nog een gebied is waar het massa toerisme nog niet heeft toegeslagen.

In Rosnava drinken we koffie en vervolgens rijden we door naar Kosice. De stad zucht onder de verzengende hitte van de zomerzon als wij aankomen. Het is rustig in de stad. Niet iedereen is zo gek om op zo’n warme dag een stad te bezoeken. Eigenlijk hadden we geen van allen enig idee over hoe Kosice eruit zou zien en we waren dus aangenaam verrast toen we in het centrum aankwamen. De prachtige stad met een mooie oude kerk - gebouwd in een mengelmoesje van bouwstijlen - is zeker het bezoeken waard. In het park vlakbij de kerk draait een ouderwets waterorgel een vrolijk deuntje en ieder zuchtje wind blaast de waterdruppels uiteen. Deze nevel van vocht zorgt voor een aangename verkoeling als wij langs deze vijver lopen. We lunchen op ons gemak in het centrum en natuurlijk bekijken Bar en ik de nodige winkeltjes. Overal ter wereld willen we weten wat er te koop is en dat is in Kosice niet anders. Het is maar goed ook, want Bar scoort een pracht van een galajapon voor het komende kerstbal.

 

De laatste dagen dat de jongens er zijn  wordt er hard gewerkt. Op het veld, want er komt geen eind aan het koren, in het houthok en natuurlijk moet onze houtvoorraad voor de winter aangevuld worden. Er mag legaal een vuurtje gestookt worden in de boomgaard. Eric heeft daar een ton neergezet en omdat er in de meeste mannen toch iets van een pyromaan schuilt, kost het helemaal geen moeite om het vuur de hele dag te laten branden. De buurman komt zijn kar brengen, want de kleine reststukjes wil zijn moeder wel hebben om de kachel in het najaar mee aan te maken. Als de kar vol is komt de Slowaakse borrel tevoorschijn. Vincent kent het al, maar zijn vrienden vinden het wel stoer. Op onze aanwijzing zeggen ze keurig ‘nazdravie’ en slaan het goedje in één keer naar achter. Ook de tweede keer doen ze vrolijk mee. Nee, zij hebben nergens last van, viel wel mee, dat spul, zeggen ze achteraf. En dat die ene knul een half uur later per ongeluk naast de tuinstoel ging zitten, had daar helemaal niets mee te maken.

 

Na een week vertrekt het hele spul weer met de bus naar Nederland. Ze nemen Barbra mee en bij ons valt er een deken van rust over de berg. Ik geef toe; de eerste dag was het een beetje onwennig, maar daarna was het zo heerlijk. Samen nog wat klussen en genieten van de zon en de rust rond ons huis.

De laatste avond lopen we nog even bij onze buren langs om gedag te zeggen. De buurman is bij zijn moeder in de stal en wij lopen, achtervolgt door onze hond, daarheen. Als we de stal uitkomen zien we Floyd nog net met zijn kop uit een emmer komen. ‘Geeft niets’, zegt de buurvrouw, ‘het is water.’

En dat hebben we geweten… Floyd heeft de longen uit zijn lijf gekotst. Doodziek is hij en is ’s avonds de boomgaard ingevlucht. In het aardedonker sleept Eric hem daar vandaan. Hij wil zelfs niet meer thuiskomen, dan is hij echt dood en doodziek.

De volgende dag zit hij als een zielig vogeltje naast de auto. Hij wil niet eten en drinken. Nu doet hij dat meestal niet als hij een lange autoreis vermoedt, maar toch. Het arme beest is met moeite de auto in te krijgen. Hij is ziek en als echte hond, ook nog een mannetje, zal dat de wereld weten. Slapjes hangt hij tijdens de thuisreis in de auto, maar ’s avonds op ons overnachtingsadresje in Beieren gaat het alweer iets beter met hem. Hij drinkt weer iets en probeert wat te eten.

Gelukkig maar, want we dachten toch echt dat we Floyd daar achter konden laten. Wat hij gedronken heeft, weten we nog steeds niet, maar we vermoeden dat hij wat rauwe melk heeft gedronken en daar is de maag van onze stadshond niet tegen bestand.

 

 

Mei 2009

 

Het is een prachtige zomerse dag als wij, door omstandigheden gedwongen, pas tweede helft mei weer naar ons Slowaakse huis rijden. De auto is gevuld met allerlei goedkoop ingeslagen klusmateriaal, tuinplanten en minibomen voor op het veld. We zijn sinds december niet meer geweest en zijn erg benieuwd hoe we alles aantreffen.

Eric gaat zoals gewoonlijk als eerste het huis in. Ik blijf altijd even buiten treuzelen. Na mijn eerste -  overigens ook enige ontmoeting met een muis - wacht ik altijd even totdat al het ongedierte zich uit de voeten heeft gemaakt. Er komen allemaal optimistische geluiden uit het huis, dus ik ‘durf’ binnen te treden. Inderdaad, het ziet er goed uit. Het meest spannend is natuurlijk het moment dat we het water aanzetten. Hoewel de CV vol met anti vries zit, zout in de afvoer is gedaan, we alle kranen hebben laten leeglopen en zelfs vorstbeveiligers neer hebben gezet, zijn we benieuwd of alles gewoon functioneert. We doen de kranen dicht en ik blijf in de badkamer als Eric de hoofdkraan opendraait. Dat was niet voor niets, want nu kon ik gelijk gillen: “Uit, uit, dat water.’ Het spoot werkelijk alle kanten op. Vermoedelijk is er toch wat water in de hals van de uitloop blijven zitten  en dat gecombineerd met de koudste buitenmuur was funest voor de twee wastafelkranen. Twee nieuwe kranen waren zo gekocht en een paar uur later konden we eindelijk van de zon genieten.

 

Het onkruid groeide welig om het huis en ik kan het niet aanzien. Al snel lig ik op mijn knieën te wieden. Het is natuurlijk ook een stukje nieuwsgierigheid, want welke stekken van vorig jaar hebben de strenge Slowaakse winter overleefd? Ieder bloeiend plantje dat onder het onkruid vandaan komt ontlokt opgewonden kreten. Ik val van de ene verbazing in de andere. Onze tuin begint steeds meer op een paradijselijk geheel te lijken.

Het veld is een ander verhaal. Hoewel de oude bewoner toegezegd had het veld na het illegale gebruik vorig jaar schoon op te leveren, staat het wilde koren tot aan mijn oksels. Een prachtig gezicht maar waar staan nu de bomen die we vorig jaar geplant hebben? Zelfs de stokken die we bij alle bomen geplaatst hebben zijn maar mondjesmaat zichtbaar. Hoe moeten we de nieuw meegenomen bomen en struiken behoorlijk over het veld verdelen? Er is totaal geen overzicht meer. We speelden dus maar bomenspoorzoekertje in het veld – heel gezellig hoor, samen door het hoge koren banjeren - en ergens tussen de oude aanplant, zetten we de nieuwe neer. Daar moesten we dus actie op ondernemen. Dit kon zo niet! Maar iemand inhuren om het om te ploegen was geen optie. We waren zuinig op de jonge aanplant. We verzonnen een oplossing; de zeis! Dat zou de grote zomerklus worden. En ik als boerenkleindochter dacht dat ik die taak perfect kon uitvoeren. Op dat moment weet ik nog niet dat dit korenveld mij een prachtige coverfoto voor het boek zal opleveren.

 

De enige grote klus die we deze vakantie gepland hebben is het schilderen van de zolderkamer. En schilderen is mijn klus, dus ik sta dagen achtereen op mijn kop in de emmers Primalex. Nu hadden we van de diverse slaapkamers nogal wat restjes over en ik besluit voor de muren van deze laatste kamer alle kliekjes bij elkaar te gooien en genoegen te nemen met de kleur die zal ontstaan. Primalex mengen is niet mijn sterkste kant en de vorige ruimtes werden nooit prachtig vanille geel of mocca, maar lila, roze of bananengeel.

Tot mijn verbazing leveren de restanten precies het vanillegeel op dat Vincent zo graag op de muren van zijn kamer wilde hebben. Het werk vordert gestaag en levert een mooie kamer op. In de zomer zal Eric deze kamer en overloop voorzien van een laminaatje en dan hebben we een prachtige logeer, annex computerspelletjeskamer. Met jongeren over de vloer heb je nu één keer te maken met computerspelletjes en die geluiden verban ik het liefst zo ver mogelijk bij mij vandaan. In Slowakije heerst rust en dat wil ik graag zo houden.

 

Intussen houdt Eric zich bezig met de elektriciteit buiten en heeft een deel van het hek om de woning vervangen. Dagelijks voorziet hij de nieuwe aanplant op het veld van water. Op die manier hoopt hij ze in ieder geval een goede start te geven. Nu lijkt water geven simpel, maar het tegendeel is waar. Onze tuinslang is natuurlijk veel te kort en komt net tot het begin van het korenveld. Daar vult hij zijn gietertje en loopt mopperend alle bomen langs. Hij voelde zich knap voor l** lopen en hoopt tot op de dag van vandaag dat geen enkele Slowaak hem op afstand heeft bespioneerd bij deze werkzaamheden. Een Hollander die een berg bewatert met een gietertje, wat zullen ze gelachen hebben.

De oude waterpomp is nog niet gemaakt. Deze pomp was gekraakt door een koolmees en we vonden het zielig om haar nest tijdens het broedseizoen af te breken. Deze klus is uitgesteld tot nadere orde. Dat was niet erg, want onze klusweek zat er alweer op.

 

 

 

Kerst in Slowakije 2008

 

We hadden dit jaar helemaal geen zin in allerlei kersttoestanden en besloten Nederland te ontvluchten. Met een eigen stek in Slowakije is dat erg gemakkelijk. In één dag reden we door naar Bratislava. De stad is zomers mooi en we waren benieuwd hoe het er ’s winters uit zou zien. Bovendien zou ik mijn verjaardag vlak voor de kerst vieren en mijn grote wens om die dag naar het chocoladecafé te gaan kwam uit. Voor een chocoladeliefhebber is dit de plaats waar je eens in je leven geweest moet zijn; de plaats waar je echt een kopje gesmolten chocoladebonbon kunt lepelen en waar je je in de naastgelegen winkel kunt vergapen aan allerlei bijzondere chocoladesoorten. Het Jugendstilpand met bijpassend interieur had stellages tot aan het plafond. Alles stond volgepakt met…chocolade. Ik genoot en mijn erfelijk belaste kinderen nog meer. Eric nam een kopje koffie. Die accepteert mijn tic, maar doet er niet aan mee.


 

Zoals gezegd waren onze kerstdagen sfeervol en erg rustig. Kersavond viel er een vlokje sneeuw en in de nabij gelegen dorpjes Lätky en Detvianska Huta lag volop sneeuw. Tweede kerstdag besloten wij een wandeling te maken op de nabij gelegen berg ‘Polana’, waar enkele skiliftjes vast voor wat winterse sfeerplaatjes zouden zorgen.

Het was druk op de berg en we stonden zelfs even stil. Ik werd de auto uitgestuurd om te kijken wat er aan de hand was. Prompt begon de rij na een paar minuten te rijden; ik zwaaide naar Eric dat hij door kon rijden en sprong in de auto om na enkele honderden meters er achter te komen, waarom wij stil hadden gestaan. Iedereen had sneeuwkettingen omgedaan en wij niet. Dom natuurlijk. Na een angstaanjagende glibberpartij stonden we uiteindelijk stil. Schuin tegen de spekgladde berg, met onze nieuwe sneeuwkettingen en ongelezen gebruiksaanwijzing voelden we ons redelijk knullig. Geloof me, het is niet gemakkelijk om onder die omstandigheden sneeuwkettingen om te leggen.

Het was natuurlijk mijn schuld. Ik was immers de auto uitgestuurd om poolshoogte te nemen en was ik niet degene die gezwaaid had dat hij door kon rijden? Foeteren, foeteren en de eerste auto’s achter ons begonnen al te toeteren. Een Zwitserse dame die meende uit haar auto te moeten stappen om Eric te verzoeken onze auto aan de kant te zetten, zodat zij door konden rijden, werd beantwoord met dodelijke blikken. Zag zij dan niet dat wegrijden niet zomaar kon?  Al zuchtend en steunend begon hij aan die klus. Zijn gezicht stond op onweer en ik had het lef niet om mijn videocamera te pakken om deze gebeurtenis vast te leggen en Vincent, die al met een sneeuwbal klaar stond om zijn vader te bekogelen, heb ik gemaand dit nu even niet te doen. Explosiegevaar.

Enkele vriendelijke Slowaken hielpen Eric met het omleggen van de kettingen, zodat we zo snel mogelijk door konden rijden naar een vlakke parkeerplaats langs de kant van de weg.

De heerlijke wandeling door de sneeuw maakte daarna veel goed en eenmaal thuis, met een lekker glas wijn bij de open haard heeft ook Eric er om kunnen lachen.


 

De dag na kerst vertrokken we richting München om daar nog een dagje rond te wandelen. Heerlijke stad en een gezellig Hofbrauhaus! Al met al was het een heerlijk kerst voor ons.

 

 

November 2008

 

Het veld moet eraan geloven en zal deze vakantie beplant worden. Nu de vorige bewoner het eindelijk heeft leeggehaald kunnen wij ons hart ophalen. In Brabant hebben we een enorme hoeveelheid bomen gekocht. Tenminste, takken met wortels en wij hopen dat deze takken binnen enkele jaren uitgroeien tot prachtige volwassen bomen. De kar zat weer barstens vol met allerlei huisraad en met de stekken uit de tuin en de jonge bomen erbij puilde het echt aan alle kanten uit. Ik kreeg nog net niet op mijn sodemieter van Eric, want het is natuurlijk altijd mijn schuld als alles niet in de auto past.

Ik wil teveel meenemen en overdrijf met mijn verzamelwoede, zegt hij, maar ik vind dat ik niet voor niets een man met ruimtelijk inzicht heb getrouwd. Gewoon een beetje passen en meten, af en toe een beetje doorduwen en dan gaat er een hoop in. Zeker als de kinderen en de hond niet meegaan.

 

We hebben deze vakantie geen grote klussen aangepakt. Iedere dag rond het huis rommelen, een tafeltje maken, wat schilderwerk verrichten en natuurlijk de berg beplanten. Gelukkig stond de buurkoe vlak bij ons veld, zodat we direct het bemestingsplan konden uitvoeren. Wij hadden een behoorlijke hoeveelheid bomen gekocht en dachten daarmee het veld redelijk te kunnen aankleden. Niet dus, je ziet er amper iets van terug. De koeienvlaaien van Clara heb ik direct ingezet om de groei van de bomen te bevorderen. Dat is toch wel even iets anders dan de reukloze korrels die we in Nederland gebruiken. Wat een lucht komt er uit die vlaai als je erin gaat roeren, getver! Maar let op mijn woorden, over een paar jaar ontstaat op

En voor iedereen die dacht dat we in de kou zaten… We waren blij dat we nog wat mouwloze shirtjes in huis hadden liggen, want het was gewoon zalig weer.

 

Zomer 2008

 

Op veler verzoek is hier het vervolg op onze Slowaakse avonturen. Het laatste deel heb ik in maart geschreven en door allerlei privé perikelen is het er niet van gekomen om na de meivakantie een verhaal te schrijven. Hoog tijd dus om jullie bij te praten.

 

Vlak voor de meivakantie heeft Eric een mooie aanhanger op Marktplaats gekocht. Ideaal voor het vervoeren van datgene wat ik overal en nergens verzamel en het vervoer van zijn gereedschap. In de meivakantie hebben we keihard gewerkt in het huis. Maar wat het meest belangrijk was voor ons, de buitenboel opruimen en omvormen tot iets dat op een tuin lijkt, is ook gelukt. Graafmachines reden af en aan om eerst de boel uit te vlakken en een stukje berg af te graven naast het huis voor een mooi terras. Vervolgens kwamen er vrachtwagens vol met stenen. Eerst te groot grind, kleine keitjes eigenlijk, want dat spoelt met een zware regenbui niet zomaar van de berg af. Het stond heel mooi, maar erop lopen zonder je enkels te verzwikken viel niet mee. Zelfs de hond wilde er niet op lopen. Dus er ging nog een laag fijn grind overheen. De graafmachines verdeelden het spul, de mannen stampten het met luidruchtig en stinkende machines aan. Daarna kwam de Borovicka op tafel. We leren snel. Als de klus klaar is, pas dan en niet eerder met het oog op de kwaliteit van het geleverde werk, geef je ze een borrel.

Ik was dolgelukkig met mijn nieuwe tuin, maar de Slowaken deelden mijn enthousiasme niet. Dit was grind en geen tuin, vonden zij.  Daar komen ze nog wel achter als we klaar zijn, want wij hebben tenslotte de ‘Home and Garden’ en weten hoe mooi een dergelijke tuin met veel grind kan worden.

Toen wij weer naar huis gingen, was het huis klaar voor de ontvangst van de eerste gasten in de zomer en dusdanig goed bewoonbaar dat ook wij vakantie konden vieren in plaats van alleen klussen.

 

En die vakantie hadden we hard nodig toen we in augustus weer met een volle kar naar Slowakije reden. Hoe zou onze nieuwe aanplant erbij staan? Nou bij aankomst was amper iets te zien van die aanplant. Ik wist niet dat onkruid zo hoog kon worden zeg. Tjonge, jonge, het enige voordeel was dat ik amper hoefde te bukken om het eruit te trekken. Zoals gewoonlijk laat ik Eric eerst alleen naar binnen gaan om poolshoogte te nemen. Na mijn eerdere confrontatie met een muis ben ik wat voorzichtiger geworden. Dit keer geen dieren, geen uitwerpselen van dieren, alleen het parket stond omhoog en we hadden geen water. De stemming zakte dus vrij snel onder het nulpunt. Eric’s gezicht stond op onweer. Hij liep een aantal keren de berg op en af en we hoorden hem in het voorbijgaand brommerige geluiden maken. Dat is een ‘tijd om je mond te houden’ moment. Bar en ik begonnen maar aan het onkruid. Na een aantal rondjes op en neer beklaagde hij zich dat wij hem maar alleen aan lieten tobben en dat hij zich rot liep, op en neer die berg af. Ik heb hem indringend aangekeken, hem verteld dat ik toch niet zo stom was om als een hondje achter hem aan te rennen om misschien iets op te vangen van zijn gemopper. Hij wist zelf niet eens wat er aan de hand was. Hoe zou ik hem dan kunnen helpen. Ik heb het buurmeisje gevraagd of haar vader een expert was op het gebied van water. De buurman kwam, zag het probleem, repareerde het en toen kon de tank weer vollopen. Probleem 1 opgelost. Het parket lag ook niet zo verschrikkelijk omhoog en na een dag lag het helemaal niet meer omhoog. Vroeger schoot ik direct in de stress van dit soort opmerkingen van Eric en begon naarstig allerlei oplossingen te verzinnen. Na ruim twintig jaar huwelijk maak ik me niet meer zo druk, want ik weet dat bij Eric de soep nooit zo heet is als hij wordt opgediend. Het komt altijd wel weer goed en meestal nog redelijk snel ook.

 

Maar er waren ook positieve dingen hoor. Mijn uitgezaaide wildbloemen bloeiden weelderig en onze plantjes stonden onder het onkruid vreselijk hun best te doen. Zelfs de Hollandse wilg deed het prima op de Slowaakse berg. Daar werd ik dan weer heel erg blij van. Ook de tijdens onze afwezigheid geplaatste bliksemafleider, stond fier op het dak. Alleen jammer dat ze de gaten in de grond niet hadden dichtgegooid. Maar ja, je kunt ook niet alles hebben.

 

En wat we verder gedaan hebben? Oh, een kastje van mijn ouders logen en in de white wash zetten, een andere kast schilderen, lampen, haken, schilderijen, spiegels, planken e.d. ophangen, nog een stukje laminaat leggen, dakpannen rechtleggen, hekken schilderen, ik heb de keuken betegeld en Eric heeft van oude planken een, ik mag wel zeggen, pracht van een buitentafel op schragen gemaakt. Een roodgeruit plasticje erover en daar staat onze buitenlandse droom. Een lange eettafel op het middenstuk.

We hadden plannen om de oude woning te slopen en daar een buitenkeuken van te maken, maar het is dit keer bij plannen maken gebleven. Neemt niet weg dat de lange tafel regelmatig decor is geweest voor gezellige barbecues. Ik heb de Slowaakse buren getrakteerd op Hollandse satés en pindasaus. Na die keren dat de buurvrouw ons ‘verrast’ had met een origineel eigengeslachte Slowaakse maaltijd, vond ik best dat ik ze dat kon voorzetten. Want kijk nou eens goed naar pindasaus, dat ziet er toch ook niet echt smakelijk uit van kleur. Maar ze aten het, sterker nog, ze vonden het lekker.

We werden tijdens de bbq door onze buren verblijdt met allerlei lekkernijen. Zoete dingen bakken kan de buuf wel als beste. Van een andere buur kregen we een eigengemaakte kaas van de melk van haar eigen koe. Krijg ik voor het eerst in mijn leven zo’n rauwmelkse kaas, is mijn vader er niet meer om te vragen hoe ik dat het beste kan bewaren. Hij was tenslotte de expert in dergelijke dingen.

 

We hebben dit keer ons ook als toerist gedragen. Tenminste, iets wat er op lijkt.  Dat hield in dat we op weg naar de bouwmarkt even langs een houten staafkerkje uit de elfde eeuw rijden en we maken een dagtour door de omgeving. We rijden richting Hongaarse grens en bezoeken in vogelvlucht wat plaatsjes. Op de terugweg had ik bedacht dat het wel leuk zou zijn de wintersportdorpjes vlak bij ons te bekijken. Maar Vincent belt vlak voor het eerste plaatsje op om met een vreselijke schorre stem te vertellen, dat hij veilig teruggekeerd is uit Lloret. Al pratend scheurt Eric met gepaste snelheid door de bergen en beide plaatsjes heen. Nu had ik kunnen weten dat een man, die bij een bezoek aan het Vaticaan, zijn auto bij voorkeur  naast de pausmobiel parkeert, daar waar mogelijk het liefst een ‘sightseeing on wheels’ doet, maar toch hoop je soms even dat hij ook dingen even rustig en te voet wil aanschouwen. Nadat het gesprek beëindigd was, verzuchte hij ‘het is hier wel mooi hè’.  Tja, dat was het inderdaad, flitsend mooi.

 

De laatste week kwam Vincent met één van zijn vrienden (Ferry)  en een vriendin (Lieke) van Barbra nog naar ons toe. Een dag voor hun komst zijn wij al naar Bratislava gegaan. Ik moet zeggen, een alleraardigste stad. Niet groot, maar een beetje Italiaans, met een vleugje Parijs. Met onze gasten hebben we nog even geluncht in het oude centrum, maar door hun drang om hun vakantieverhalen te vertellen, hadden zij weinig oog voor deze mooie stad. Die laatste week hebben we dus lekker aangerommeld. Veel klusjes in de ochtenduren gedaan. De jeugd was aan het herstellen van vermoeiende vakanties en werkzaamheden. Hun ontbijt combineerden we met onze lunch.

’s Avonds ging de barbecue vaak aan en daarna veranderde de woonkamer in een pokerhol. Dankzij de gasten werd ik dit jaar niet gevraagd om ook eens ‘gezellig’ mee te spelen en kon ongestoord lezen. Nou ja, of in slaap vallen. Ik zal het maar eerlijk zeggen.

 

We hebben nog wel geprobeerd om een leuk uitstapje met onze gasten te doen hoor. Ik had de indruk dat ze de rodelbaan ook wel erg leuk vonden, maar het schattige mijnwerkersplaatsje, Banska Stiavnica, dat op de wereld erfgoedlijst staat, was duidelijk niet aan hen besteed. Chillen, gamen, uitslapen en ruim 50 liter cola ( soms met rum) is voor hen voldoende voor een goede relaxvakantie.

 

Of er dit keer nog lijken uit de kast zijn gekomen? Jazeker, weliswaar niet uit de kast, maar uit de schuur. Staat Eric ineens met een dode vos in verregaande staat van ontbinding in zijn handen. Hij dacht dat hij aan een touwtje vastzat en tilde hem daaraan op. Bleek zijn staart te zijn. Alsof beesten in het wild aan een touwtje zitten en vervolgens in jouw schuur gaan liggen. Het blijft ook een stadsjongen. Niet dat ik bij dergelijke dingen met mijn neus vooraan sta en zelf ingrijp, zo’n held ben ik nou ook weer niet, maar ik weet wel dat ze niet spontaan met een touwtje om de nek bij iemand in de schuur gaan liggen om dood te gaan.

Een ander onsmakelijk ding kwamen de heren tegen toen ze de tafels voor de barbecue uit de oude woning gingen halen. Geen lijk hoor, dat was al verdwenen. Alleen het gebit lag er nog. Jak….

 

En voor de mensen die zich zorgen maakten over ons water…. Gelukkig wilde Lieke,  één van onze gasten met een natuur/gezondheidprofiel, de tijd nemen om de boel testen. Conclusie; we gaan er niet aan dood, maar het water is heel erg kalkrijk. Vijf keer de maximale waarde. Met ons water krijg je dus hele sterke botten en hoef je geen melk te drinken. Bovendien ruikt het naar ijzer. We drinken dus uit de fles, ja, ja, ook water, en voor de rest koken we het water eerst maar voor de zekerheid.

 

We hebben het dus dit keer heel leuk gehad. In de herfst gaan we nog een keer samen om echt te klussen. De voor- en na foto’s hebben we nog niet. Dat duurt nog wel even. Ik maak wel een mooie selectie van foto’s in en om het huis. Maar mochten jullie denken dat het huis nu heel geschikt is voor jullie bezoek, dan is dat wel een beetje zo, maar kijk eens goed op één van de laatste foto’s. Dan zien jullie wat wij doen met logees. We hebben namelijk een houtgestookte CV en konden geen kleine stukjes hout kopen. Eric heeft tien kuub stammetjes gekocht en laten bezorgen. Nu weet ik best wel hoeveel tien kuub is, maar als het op een vrachtauto aankomt, is het toch veel meer dan dat je eigenlijk gedacht had. Nu denken jullie natuurlijk, ‘oh, dat is nu allemaal al gedaan’. Nee hoor, vier kuub is gezaagd en slechts een halve kuub is gekliefd. De kans dat je een bijl in je handen geduwd krijgt, is erg groot. Zomers om de wintervoorraad in orde te maken en ’s winters om de voorraad op peil te houden en om jezelf warm te houden. En daarna hebben we nog genoeg andere klussen hoor. Dusss….wie durft nog?